woensdag 15 september 2010

Boze bavianen, Ontelbare Olifanten, Bos-Bidders en Helende Hennen

Oeps, waar waren we gebleven? Dat heb je ervan als je niet netjes dagelijks een verslagje maakt zoals de meeste overlanders doen… We krijgen van andere overlanders die we soms ontmoeten – nog steeds niet heel veel maar inmiddels wel wat meer – de mooiste websites door en denken dan: jee, die mensen zijn meer aan het typen dan aan het rondkijken, wat wij nu eenmaal het liefste doen. Die schrijven echt dagelijks hele verslagen. Voor ons is het nu meer dan drie weken geleden. Gelukkig maak ik wel korte notities, anders zou het echt niks worden. Je beleeft en ziet iedere dag zoveel, dat je inderdaad wel dagelijks twee A-viertjes met gemak kan vol schrijven. Maar zoals jullie al weten, daar hebben we niet zo’n zin in. Veel ervaringen zullen we alleen in ons hoofd bewaren, want voor ons is het onmogelijk om alles op papier te zetten. Het is gewoon te veel. Net als met foto’s, is het in werkelijkheid allemaal nog veel mooier, boeiender, veelomvattender dan je –althans, in elk geval ik, kan opschrijven. ’s Avonds zit ons hoofd vol. Automatisch doe je veel aan zelfreflectie, je wordt er min of meer toe gedwongen, door het hele andere leven hier.

Red Elephant Camp, Tsavo East
Struisvogel in Tsavo East

Op 17 augustus zijn we naar Tsavo East gegaan. Een grandioos mooi park waar we erg goede herinneringen aan hebben. We hebben altijd gezegd dat als je olifanten wilt zien, dat je dan naar Chobe in Botswana moet gaan, maar Tsavo East is een hele goede tweede. Je struikelt er bijna over. Magnifiek, zoveel kuddes als je er daar ziet. Het klinkt heel pedant, maar soms zelfs tot vervelends toe: je mag maar 24 uur binnen de parken blijven op je entreeticket van maar liefst 50 USD per persoon, dus die wil je ten volle benutten; toen we dan ook nog maar een uurtje of zo hadden om eruit te rijden en er net een grote groep olifanten op de ‘weg’ stond, waren we daar niet blij mee. Want je kan er echt niet doorheen gaan rijden, zeker niet als er kleintjes bij zijn. En een andere keer wilden we naar een bepaald deel in het park en toen we daar een heel eind naar op weg waren, stond er opeens een zeer bozen mannetjes olifant op ons pad, die we toch maar liever niet passeerden. Sterker nog, we zijn uiteindelijk – na een tijdje te hebben gewacht wat hij ook al niet leuk vond en hij steeds nijdiger leek te worden – in de achteruit maar snel weg gereden. Geloof ons, zo’n beest is opeens heul, heul, heul erg groot als hij niet vrolijk is en vlakbij je staat. Maar voor de rest konden we er geen genoeg van krijgen, om naar die kuddes olifanten te kijken. Het blijven machtige, prachtige dieren. We verbleven bij een erg leuk camp, Red Elephant Camp. Het leuke was vooral dat ’s avond om ca. 18.00 uur de rode (!) – rood, door het rode zand – olifanten van heinde en ver aan kwamen lopen naar de drinkpoel bij dat kamp en je ze dan dus op tien meter afstand zag staan drinken en zich lekker wassen. Kippenvel, dit natuurspektakel zo nabij te mogen aanschouwen! In het park zie je ook al het andere wild, zoals buffels, zebra’s en giraffen, in grote getale evenals veel enorme krokodillen en nijlpaarden.


Tsavo East, wonderschone lucht
Ik denk dat de meesten van jullie je zondag 22 augustus niet meer echt zullen herinneren. Waarschijnlijk is die dag voor jullie wat minder enerverend verlopen als voor ons. What a day! Of eigenlijk beter: what a start of the day! We stonden al om 06.00 uur op, want we gingen een gamedrive (safari) maken en dat doe je vroeg, want dan kan je de meeste dieren zien. Het was nog donker toen we een kopje thee en een cakeje (bij gebrek aan brood) zaten te eten voor de auto en we opeens veel geritsel hoorden en vervolgens een olifant uit de bosjes zagen komen, vlak voor onze neus! Daarna nog twee. Helemaal geweldig, zo stel je je een reis in Afrika voor. Olifanten op de campsite (in plaats van in je boomgaard zoals bij Kukki Gallman). Yes!! Super, super, super. Wij aten rustig verder, toen onze minder goede vrienden ook kwamen: de bavianen. Frank deed nog een poging ze weg te jagen door keihard Kssst te roepen, maar dat had hij beter niet kunnen doen. Dat vond de grootste baviaan, een mannetje die tot minstens halverwege Frank kwam!, echt niet grappig. Hij wilde Frank aanvallen. Heel gemeend, er was niks grappigs aan. Ik dook in de auto en Frank pakte snel een stoel waarmee hij zich probeerde te verdedigen. Maar de baviaan was heel boos en deed nog een aanvalspoging. We vroegen ons net af wat we dan moesten doen, toen gelukkig twee Kenianen ons te hulp kwamen en stenen naar het beest begonnen te gooien. Toen rende die een stukje weg. Ze bleven stenen gooien en toen gingen we snel inpakken en wegwezen. Het was echt eng. Ze hebben enorme tanden. De Kenianen zeiden ons dat je altijd als eerste stenen moet verzamelen als er bavianen in de buurt zijn. Weer wat geleerd. Wij domme Westerlingen… Wij pakken als eerste onze stoelen uit de auto en gaan dan lekker met een drankje (en soms een hapje) rond zitten kijken ;-)
Afijn, we reden het park om 06.30 uur in en wat zagen we als eerste: een poepende hyena! Nou, we vonden het al met al een heel bijzonder begin van de dag. One to remember zeg maar.

Altijd zwaaiende kinderen onderweg
We hebben ook Tsavo West bezocht, want daar zou je grote kans hebben om…luipaarden te zien. Dat was ook zeker zo, zo bleek, want bij een bepaalde lodge voeren ze die beesten! We hebben die lodge bezocht, maar zijn er niet verbleven, veel te duur en we vonden het niet echt, als je ze alleen ziet vanwege het voeren, dan kan je net zo goed naar de dierentuin gaan. Ook nog een andere lodge bezocht, die vonden we heel mooi, je zou er zo een week willen verblijven. Die had allerlei prachtige uitzichtpunten in het park, je zag de olifanten aan komen lopen, en zelfs vanuit de bar van het zwembad kon je het wild zien. Maar ach, ook weer zoveel geld, daar kunnen wij bijna een week van leven hier. Nou ja, wij hebben dus geen luipaard gezien in Tsavo West en sowieso niet zo heel veel dieren, want die zijn er hier minder en ook niet makkelijk te zien vanwege het hoge gras. De natuur is hier wel schitterend, het is een erg gevarieerd landschap, met hot springs, verschillend gesteente en heel afwisselende vegetatie. Wij zijn bij de hot springs met een gids naar een onder water kamer geweest en dat was ook heel leuk. Daar waren ook krokodillen. Enkele maanden daarvoor had een krokodil nog een jongetje gepakt die te dicht bij het water kwam. Triest natuurlijk, maar het blijft erg oppassen in een wildpark. Wat dan ook lastig is, is als je naar het toilet moet! Bosjes genoeg, maar je stapt niet graag uit de auto en al helemaal niet de bosjes in, want daar verstoppen leeuwen en olifanten zich ook erg graag, om zich te beschutten tegen de zon! Een Masai had ons geleerd dat je het beste kunt toiletteren op het open veld! Tsja, beter dat iedereen je blote billen ziet, dan dat er een leeuw in hapt tenslotte. In de ‘bush’ gelden toch opeens andere regels. Ook de les die we kregen bij de 4x4 training, dat je altijd eerst de situatie rustig moet bekijken en bijvoorbeeld bij een plas met een stok moet meten hoe diep die is, gaat opeens niet meer zo op. Want je gaat dat niet graag even rustig allemaal buiten je auto staan te bekijken… Wel hebben we in een park weer een ander, een toeristenbusje, uit een diepe greppel moeten slepen, die daar vast was geraakt. We rekenden er maar op dat de Keniaanse bestuurder/gids wel wist of we daar veilig uit de auto konden. Zelf zouden we het toch niet erg jofel vinden als we vast zouden komen te zitten met al die wilde dieren om je heen. We vonden het ook maar heel raar dat je bij geen enkel park instructies krijgt wat je dan moet doen. Maar in één park zag we op een folder een ‘emergency number’ vermeld staan. Voor de rest moet je het maar uitzoeken. Geen enkel advies of regel ook wat je moet doen als je de auto uit moet of wilt, bijvoorbeeld om even te lunchen. Wij hebben dat dus meestal maar in de auto gedaan.

In Tsavo West stonden we op een campsite van de regering, waarvan het kenmerk is dat er nauwelijks voorzieningen zijn. Alles pikkedonker. Wel wordt er een kampvuur voor je gemaakt, dat is eigenlijk de beste voorziening die ze er bieden. En daar moet je dan 50 USD voor betalen! Wij vonden het te gek voor woorden, maar de lodges in het park zijn nog vele malen duurder, dus je hebt geen keuze. En je gaat daar natuurlijk ook niet graag ‘wild’ kamperen, want dat wordt misschien dan wel wilder dan je geWILD had…

Zoals gezegd, geen enkel advies of waarschuwing krijg je. Ik was heel pijnlijk gestoken door een grote vlieg en toen ik bij de uitgang vroeg wat dat was geweest, zeiden ze doodleuk: tse-tse fly. Dus ik helemaal verschrikt: o jee, daar krijg je toch slaapziekte van? En zij weer heel rustig: yes. Je kan er zelfs van in coma raken! In Oeganda werd je gewaarschuwd als die vliegen er waren, dat je je ramen moest sluiten en geen blauw of wit moest dragen, want daar komen ze op af. Maar hier was niks tegen ons gezegd. Natuurlijk krijg je niet onmiddellijk slaapziekte, net zo min als je malaria krijgt van iedere muggensteek. Maar dan nog, mogen ze wel even waarschuwen lijkt me. Overigens, KNOCK WOOD zoals onze Canadese vriend zei, maar we hebben tot nu toe erg weinig last van muggen. Gelukkig maar, want we zijn al meerdere mensen tegen gekomen die malaria hebben gehad. Die slikten dan ook geen malariaprofylaxe, wij wel. Na ampel beraad, toch maar gedaan, gekozen voor Malarone omdat ik van Lariam al een keer een heuse hallucinatie had gehad en Frank maagklachten, maar hallucinaties horen zeker bij me, want ook nu heb ik dat een keer gehad, helemaal aan het begin toen we begonnen met slikken, in Soedan nog. Heel, heel erg akelig. Ik heb keihard gegild en daardoor werd Frank gelukkig wakker en kon hij me weer bij mijn positieven brengen.

Vanuit Tsavo East zijn we naar Mombasa gereden, omdat we daar onze reisagent wilden bezoeken en ook de kust en hotels daar eens wilden bekijken. We verbleven daar bij Mombasa Backpackers, de enige plaats waar je kan kamperen. Daar werden we verwelkomd door een stomdronken Zuid-Afrikaanse jongen van 27, de beheerder. Het was een vrij bizar gebeuren. Alleen maar jongeren, die in huis, waar hij kamers verhuurde, rondhingen bij de t.v. om film te kijken. We voelden ons opeens erg oud… Op zich was het een prima plek, met goede voorzieningen, maar toen bleek dat er natuurlijk tot diep in de nacht werd doorgefeest en wij dus geen oog meer dicht deden. Wegwezen dus.

Emmer als vervoermiddel
Naar het kantoor van onze reisagent geweest en een tijd daar met Taher, een van de eigenaren, gesproken. Het ging ze goed, zijn zus, van wie het bedrijf is, had net een prijs gekregen van de regering voor beste ondermemer. Wij hadden na ons laatste park bezoek wel heel veel zand in de auto gekregen, werkelijk alles zat onder, zelfs in de kisten, echt een ramp. We hadden de rubbers al na laten kijken, maar er leek niet veel mis te zijn. Toen Taher er eens een kritische blik op wierp, zei hij heel droogjes dat we de auto ‘dust-proof’ moesten laten maken, dat deed hij ook bij al hun safariwagens. We geloofden het goed, want dit fijne zand waar je continue over rijdt op zulke slechte wegen, komt natuurlijk overal binnen, maar we hebben het toch niet gedaan. We hadden nog een soort gat in het aanrechtkastje ontdekt en dat heeft Frank dicht gemaakt en nu is het al lang zo erg niet meer met het zand. Maar nogmaals, als je in Afrika reist, moet je wel tegen zand en stof kunnen, want dat is altijd overal aanwezig, wat je ook vastpakt…

Na Mombasa zijn we naar Malindi gereden, in noordelijke richting aan de kust. Een badplaats met een echt Swahili centrum, maar ook toeristisch, zij het bescheiden. Erg Italiaans verder, dus…weer erg lekker gegeten, bij de Old Man and The Sea! Een top restaurant dat in Florence niet zou misstaan. Zalig kreeft op, het was smullen. Vis is hier sowieso erg lekker, zo ontzettend vers. Je ziet ze met de vissen over straat lopen langs de restaurants, ’s morgens gevangen, ’s avonds op je bord. We verbleven op aanraden van Taher in een guesthouse hier, Ozi’s, en ik denk dat Taher wel rekening had gehouden met ons budget, maar niet met ons hygiëne norm… Geen aanrader. Bovendien sliepen we recht naast de omroepinstallatie van de moskee, dus een erg vroege wake-up call was gegarandeerd… En net als je dan weer indoezelde, kwam de volgende oproep tot het gebed…We hebben niks tegen de islam, maar geef ons dan toch maar het klokkengelui van onze kerken… Soms ook maak je mee dat er om 20.00 uur wordt begonnen met een gebed of een verhaal – geen idee wat het precies is – en dat schalt dan maar door tot maar liefst 23.00 uur! Avond na avond. Of van 05.00 tot 07.00 uur. Irritant. Maar ja, ’s lands wijs, ’s lands eer…

De volgende dag gingen we een excursie doen naar de Marafa Depression, ofwel Hell’s Kithcen, met ons eigen Beer,want hoewel het lastig te vinden zou zijn, stond het in de GPS (tracks4africa), dus geen probleem. De weg ernaar toe was prachtig, we reden door de kleinste dorpjes, meer nederzettingen, helemaal door de bush bush. Dat bleek achteraf niet de kortste weg te zijn, maar zonder meer wel de mooiste, hoewel de weg zelf af en toe weer een ramp was. In Kenia rijd je regelmatig ‘Camel Trophees’. Frank geniet er meestal zeer van, want wil altijd nog een keer echt gaan rally rijden. Nou ja, hoe echt kan je het hebben?!

Toen we aankwamen bij Hell’s Kitchen, bleek daar een heel community project voor te zijn opgetuigd, met entreegelden en gidsen. Marafa is een bijzonder geërodeerde gesteente, volgens de Lonely Planet net zo bijzonder voor Kenia als de Grand Canyon in de US. Met een gids mag je door de kloof lopen en dat we besloten we te doen. Toen begrepen we ook waarom de bijnaam Hell’s Kitchen is! Frank had het al geraden: zeker als je er net als wij op het heetst van de dag wandelt, lijkt het of je in een oven loopt. Bloedheet! Maar erg mooi.

Onderweg naar Lamu
Markt in Lamu

De volgende dag zijn we met de bus naar Lamu gegaan. Dat was een tip van Taher, omdat je toch niet met de auto naar Lamu kunt, die moet je daar op de kade achter laten. Het leek ons een leuk idee om weer eens met het openbaar vervoer te reizen, zoals we altijd hebben gedaan toen we ‘backpackten’. Nou, Frank had er goed spijt van Beer te hebben achter gelaten. De busrit van Malindi naar de kade met de boot naar Lamu duurde maar liefst zes uur, met de auto was het circa drie uur geweest. Daarbij was het heel warm in de bus (geen airco), erg druk, op het laatst zaten de mensen bijna bij me op schoot, want het is nog altijd zo dat er in een bus met 50 zitplaatsen met gemak 70 mensen worden gestouwd. Sommigen zitten dan op kratjes in het middenpad, anderen hangen op de leuning bij anderen. En op de bijzonder slechte weg –het wordt cliché, ik weet het- voelde het aan alsof de bus vierkante wielen had….Ik vond het wel een leuke ervaring, vind het altijd boeiend om te zien wat er allemaal in en uit de bus rolt, wat mensen zoal meenemen en de hele poppenkast als de bus stopt (en dat doet die heel vaak…): de mensen die er dan met een handelswaar naartoe komen rennen en zo hopen wat banaantjes of koekjes of onduidelijke lekkernijen aan de passagiers te verkopen door de ramen.
Bij aankomst op de kade hebben we de speedboot genomen naar Lamu. Weliswaar 0,50 duurder dan de gewone boot, maar het was al laat en we wilden naar Lamu. Dat was toch geen beste keuze, want onze speedboot werd een slowboot toen bleek dat de benzine op was… Allerlei andere boten werden aangeroepen en al snel stopte er een waarvan wat benzine werd overgeheveld. Onderweg moest er ook nog iemand een vrachtje afleveren…. Het schoot dus niet erg op.
Overal prachtig bloeiende planten, Lamu
Zebra parking

Toen we op Lamu aankwamen, stond de vrouw bij wie we zouden verblijven al op ons te wachten. Ook dit verblijf had Taher geregeld. We verbleven in een mooi huis van 500 jaar oud, in een klein kamertje met een nog kleiner badkamertje. Het was er prima maar erg eenvoudig, zeker toen we later zijn gaan kijken bij een aantal andere huizen die nu dienst doen als guesthouse/hotel. Er zijn echt hele mooie bij, met dakterrassen en allerlei andere leuke zitjes. Bijzonder leuk om een paar dagen te verblijven. Lamu zelf vonden wij heel bijzonder, zeker een aanrader. Het is een Middeleeuws gebeuren,met nauwe steegjes, geen auto’s (heerlijk!), het enige vervoermiddel is een ezel, die lopen er heel veel rond. Het lijkt vrijelijk, maar ze zijn allemaal gebrandmerkt door de eigenaar. Hoewel het toeristisch is, is ook hier alles toch heel authentiek, met alleen wel wat souvenierwinkeltjes en hotels en een paar restaurantjes aan de waterkant. Maar alles zeer mondjesmaat. Wij hadden zelfs een beetje de pech dat er maar een restaurantje open was tijdens de lunch, vanwege de Ramadan. Voor het diner was de keuze wel iets groter , maar toch niet veel meer dan zes. Op Lamu zijn veel hele grote, hoge huizen, met fraai bewerkte houten deuren. Het leven lijkt zich net zoals 100 jaar geleden te voltrekken, met dien verstande dat de meeste mensen nu van de toeristen leven in plaats van de visvangst. En zoveel toeristen komen er toch niet. Enkele tientallen, geen honderden. En die zitten bijna allemaal op de terrassen aan de waterkant, slenterend over het eilandje kom je ze nauwelijks tegen. Het komt allemaal heel vredig over. De mensen zijn gewend aan toeristen, kijken er niet van op, maar lijken wel hun leven als vanouds voort te zetten, trekken zich weinig van de Westerlingen aan. Er is een school, er is een ziekenhuis, maar heel veel meer voorzieningen zijn er niet. O nee, dat zeg ik niet goed, er zijn maar liefst 45 moskeeën! En dat op maar 25000 inwoners! Het is er zeer islamitisch, veel vrouwen lopen er geheel gesluierd.

Er wordt beweerd dat de Chinezen er een weg naartoe willen aanleggen, en een grote haven. Dat zal het hele karakter van Lamu veranderen. De ontmanteling die zo vaak gepaard gaat met ontwikkeling. Wellicht toch nodig, want we begrepen wel dat de visvangst steeds minder werd. Sommige vissers vissen met netten en dat is niet bevorderlijk voor de visstand. Wij hebben een tocht in een traditioneel zeilschip, een dhow, gemaakt en dat was vooral leuk omdat het zo boeiend was om met de visser van wie de dhow was te praten. Zo zei hij sceptisch dat er dan weliswaar een nieuwe grondwet in Kenia was aangenomen (op 4 augustus jl. - zowaar is het referendum daarover zonder rellen gepaard gegaan deze keer!) - maar dat er nog steeds dezelfde regering is. Dus dat er waarschijnlijk weinig zou veranderen. Gezondheidszorg is weliswaar gratis, maar als je naar een publiek ziekenhuis gaat kom je er zieker uit dan dat je erin gaat: ze stellen er de verkeerde diagnose en vervolgens krijg je de verkeerde medicatie. Moet je je toch voorstellen, dat je per definitie weet dat je de conclusie die ze uit de scan trekken toch fout is. Ze hebben de scan al niet van het juiste lichaamsdeel genomen… En dan moet je betalen voor de medicijnen die gratis verstrekt horen te worden…Waarop de visser die wij spraken deze medicijnen bij een privé kliniek voor twee keer zo duur was gaan kopen, omdat hij niet aan de corruptie wilde meewerken. Dan klagen wij over onze gezondheidszorg, maar je zou toch met alle ellende die je van je ziekte al hebt door al deze toestanden moeten.
We hebben nog een wandeling met een gids door Lamu gemaakt, wat heel leuk was, omdat hij je op allerlei dingen attendeert waaraan je steeds voorbij bent gelopen, zoals diverse waterputten. En hij vertelde dat de watergeul was uitgediept – ten behoeve van de Amerikanen in verband met Somalië maar dat verband begrepen we niet helemaal – door Nederlandse baggeraars! Als er gebaggerd moet worden, zijn wij er toch altijd maar weer bij. Trots, trots ;-)

Spelen achter prikkeldraad in Lamu
We zagen op Lamu nog kinderen spelen achter prikkeldraad. Ze renden steeds in en uit een soort hok met prikkeldraad. Ik kon er bijna niet naar kijken, zo bang dat het mis zou gaan. Zoiets zou je bij ons toch niet voor mogelijk houden. Er was ook een meisje dat met een enorm mes liep, waar haar moeder uien mee aan het snijden was (schillenmesjes gebruiken ze hier nooit). Het kleine meisje rende met het mes alsof ze een pop in haar handen had. Doodeng! Maar dat hebben we al zo vaak gezien in dit soort landen, dat ze dat soort gevaar helemaal niet zien. Een klein jongetje hebben we ook met een grote zaag zien lopen bijvoorbeeld. En speelgoed zie je echt nooit. Hooguit een hoepel die ze van een wiel hebben gemaakt, waar ze dan overigens erg bedreven in zijn.


Na drie dagen Lamu zijn we nog twee dagen naar het drie km verderop gelegen Shela Beach gegaan, om nog wat het strand te genieten en de luxe van een wat comfortabeler ‘huis’. Het is een prachtig wit zandstrand, kilometers lang, met maar een handjevol toeristen, dus je hebt veel strand voor jezelf. Met palmbomen en al. Dus weer het bounty-gevoel.

Toen weer met de boot terug naar de pier van Lamu en van Lamu naar het vaste land en toen met de bus, die er deze keer vijf uur over deed, terug naar Malindi.
Vanuit Malindi zijn we naar de bekendste badplaats van Kenia gegaan, Diani Beach. Ook weer een schitterend wit zandstrand, maar wel veel zeewier. Maar die is er natuurlijk niet bij de resorts met een privé strand… Daar is het heerlijk vertoeven, zoals Nico en Conny ons al vaak hebben verzekerd. Ik geloof het goed, want ook hier is lekker rustig.

Wij verbleven op een camping bij Diani Beach Cottages. Daar nog twee leuke Duitse knullen ontmoet, die net een ernstig ongeluk met hun Landrover hadden gehad omdat ze een verkeerde manoeuvre hadden gemaakt bij het ontwijken van potholes (gaten in de weg). Ze waren er zelf gelukkig goed vanaf gekomen, maar de auto had veel schade gehad.

Ik kreeg na twee dagen last van mijn maag (Frank en ik vrezen ergens een vervelend bacterie te hebben opgelopen, want af en toe hebben we last van enorme misselijkheidsaanvallen) en toen zijn we nog twee dagen in een cottage verbleven. Op 27 augustus ontvingen we het heugelijke nieuws van de geboorte van Ties de dag ervoor en zijn we diezelfde dag nog een cadeautje voor hem gaan uitzoeken, waarin we goed konden slagen in een toeristisch oord als Diani Beach, waar alles gericht is op de Westerse toerist.

We hebben ook nog Nederlanders ontmoet die al 30 jaar in Australië wonen, Robert en Clary, en nu een reis van maar liefst vier jaar gaan maken over alle continenten met een grote truck (www.doubledutchworldsafari.com) . Ik zei al eerder, wat wij doen is maar kinderspel ;-) Maar wij moeten er niet aan denken, we hebben na deze reis al zoveel te verwerken, het lijkt ons echt niks om met alle indrukken van Afrika dan weer naar Zuid-Amerika te gaan en daar weer zo boordevol indrukken te raken en dan vervolgens weer naar Azië. Ons hoofd zou overlopen. Eerst dadelijk deze reis maar eens rustig laten bezinken, dat lijkt ons veel lekkerder. En dan weer een volgende reis. Dat denken we zeker wel, want het is echt grandioos om zo te reizen, en zo’n reizend leven te hebben. Maar eerst alles wat we nu gezien en beleefd hebben verwerken zodat ons hoofd en ziel weer ‘leeg’ is voor de volgende reeks aan indrukken. Maar ieder zijn manier natuurlijk. En misschien is de ware reiziger wel degene die alles meteen weer van zich af laat glijden, niet alles in zijn hoofd wil bewaren, maar het gewoon op dat moment allemaal ervaart en ervan geniet en het dan vervolgens ‘vergeet’ en weer met een schone lei de volgende reeks indrukken aangaat. Wij willen graag de mooie ervaringen koesteren, ons blijven herinneren, maar misschien moet je dat wel niet willen, dan past er veel meer in je hoofd en kan je steeds maar verder reizen.

We hebben een gezellige avond met Robbert en Carly doorgebracht in elk geval. En zo ontmoet je af en toe hele leuke mensen. Het grappige is, dat bijna alle overlanders leuke mensen zijn. Zoals zo vaak, als je dezelfde hobby deelt, kan je het meestal goed met elkaar vinden. En iedereen doet het op zijn manier. We hebben ook Ebbo en Inge ontmoet, die hun huis hebben verkocht, nu al veertien maanden aan het reizen waren in Afrika met een Landcruiser en dan even naar Nederland terug zouden gaan, om vervolgens vanaf januari te gaan backpacken in Azië. Een huis vonden ze niet meer nodig, ze wilden alleen nog maar reizen. Ebbo gaf me nog een interessant boek waarin de ongelijkheid tussen de Eerste en Derde Wereld (vreselijke benaming, hoezo zijn wij EERSTE?!, wat een arrogantie!) wordt verklaard door een hoogleraar fysiologie (Paarden, Zwaarden en Ziektekiemen). Ik kan alvast een tip van de sluier oplichten: niet genetische verschillen, maar geografische verschillen en verschillen in bodemgesteldheid liggen aan deze ongelijkheid ten grondslag! Dus inderdaad zijn wij boffers, zoals ik altijd al heb geroepen. Bijna iedereen die op het noordelijk halfrond is geboren, is een enorme boffer. Want je wordt al met het geluk in je schoot geboren. En dan nog zijn er mensen die maar naar dat geluk blijven zoeken! Want wij gaan aan geluk zoveel verhevends toekennen, dat we denken het nog niet te hebben. Er is wel eens onderzoek gedaan naar wat mensen onder geluk verstaan. Wij kunnen het nauwelijks en meestal niet benoemen, zoiets ingewikkelds willen we ervan maken. Terwijl er mensen op de wereld zijn die het zo eenvoudig definiëren als het hebben van een dak boven je hoofd en te eten hebben…Die mensen kunnen zich de luxe – want ook dat is natuurlijk weer luxe –helemaal niet permitteren om hun hoofd te breken over wat geluk is en of ze het al gevonden hebben. En zijn de mensen hier al blij als ze geen aids of malaria krijgen, welke kans klein is. Als je als vrouw niet wordt aangerand of verkracht of geslagen. Maar ze leven bijna altijd met die angst. Dat kunnen we ons toch werkelijk niet voorstellen?

Treehuggers in Kaya Kinondo

Liaanschommelen in het heilige bos

Vanuit Diani Beach zijn we naar een Kaya (letterlijk ‘huis’) gegaan, Kaya Kinondo. Een heel bijzonder gebeuren. De bevolkingsgroep, de Digo, die behoren tot de Mijikenda, van wie deze Kaya is, hebben een ‘heilig bos’, dat ze vroeger ook bewoonden, waar ze komen om te bidden en ceremoniën te verrichten bij ontij en vieringen. Ze offeren dan een kip of geit of schaap, altijd een zwarte, en welk dier het is, is afhankelijk van de reden van de plechtigheid: bijvoorbeeld vanwege de ernstige politieke onregelmatigheden die er twee jaar geleden in Kenia waren of vanwege een ziekte in de familie. Het kan dus van alles zijn, waarom de mensen in dit heilige bos bij elkaar komen. Soms wel met 500 tegelijk! Wij zijn met een gids door dit heilige bos gelopen. Met veel ontzag wees hij ons op 500 jaar oude bomen en bomen die alleen in dit specifieke stukje bos, dat heel dicht bij de zee ligt, voorkomen. Bomen met een speciale betekenis voor deze bevolkingsgroep. Bomen die ze omhelzen! En hij vroeg ons dat ook dat te doen. De Mijiikenda aanbidden veel natuurlijke voorwerpen. Onze gids vroeg ons of wij dat vroeger ook deden… Het is nogal dom, zeker voor een antropoloog, maar dat weet ik dus gewoon niet. Het lijkt me van niet en dat antwoordde ik dus ook maar hij bleef doorvragen of we wel zeker wisten dat onze voor- voorouders dat ook niet deden.

Het is een moeilijke weg door het bos naar het gebied, een gebied met minder bomen, meer open omdat daar vroeger dus de huizen stonden, het dorp was, midden in het bos. Je hebt daar echt een gids voor nodig, anders vind je het niet en zal je zelfs verdwalen. Daar was het allerheiligste, waar de alleen de heilige mannen mogen komen, en wij dus niet. We mochten er zelfs ons fototoestel niet op richten. De Mijikenda ervaren de aanwezigheid van hun voorouders in het bos.

Bij de bushdoctor
Hierna zijn we met de gids naar een bushdoctor gegaan, die genezingen doet met planten ui t het bos en op andere mystieke wijze. Frank moest met ontbloot bovenlijf gaan zitten en er werd een haan om zijn hoofd gedraaid (die hem lelijk in zijn gezicht heeft gekrast!) en vervolgens zorgde de bushdoctor ervoor dat deze haan rustig op zijn hoofd ging liggen. De reden ervan bleef onduidelijk. Bij mij werd hetzelfde gedaan (maar gelukkig hoefde ik mijn bovenlijf niet te ontbloten…) met een kip. Ook werd geshowed hoe de bushdoctor iemand die buiten bewustzijn is, weer tot leven wekt. Die man werd helemaal ingepakt, als een mummie, maar dan in het zwart. Het was allemaal bijzonder maar soms wist je niet wat je ervan moest denken. De bushdoctor zat in een hutje een eindje van de bewoonde wereld, in de bush dus. Hij gebruikte potjes en lepeltjes, er lagen veel planten en stukjes hout, ebbehout, die Frank nog kreeg om zijn maagproblemen te genezen. Nou ja, kreeg, die moesten we kopen natuurlijk. Eerst voor 16 Euro, maar toen ik zei dat 2 Euro me wel genoeg leek, was dat ook goed.

’s Morgens wilde onze Beer toch niet starten zeg! Een accu was leeg, nog geprobeerd te starten met startkabels, maar ook dat lukte niet. Met een aantal mannen de wagen aangeduwd en toen dus maar nieuwe accu’s gaan kopen, die waren gelukkig vlakbij te koop.
O ja, wat ik ook nog vergeet dat we alweer een aap-ervaring hadden. Deze keer was het een Colobus-soort, erg grappige maar zeer ondeugende apen, die er met onze pot pindakaas vandoor gingen! Die stond in de auto en opeens hoorde ik een bons op de grond en zag onze pot pindakaas op de grond buiten. Die raapte de aap snel weer op, hij had’m dus uit de auto gestolen, deed hem onder zijn arm en vloog de boom in waar hij er op zijn gemak uit ging zitten eten. Ik zei nog dat het niet gezond was die hele pot in een keer op te eten, maar hij was niet onder de indruk. Kortom, die ochtend geen pindakaas bij het ontbijt ;-( Vervolgens werden we tijdens het onbijten door een jongen van de campsite beschermd (de service gaat soms ver hier!), die met een katapult de apen steeds weg joeg. Werkelijk geen overbodige luxe, je kon echt niet rustig ontbijten. En dat is geen broodje aap!

We hebben bij Diani Beach nog een tochtje met een ‘glass-bottom-boat’ gemaakt om de onderwater wereld te kunnen bewonderen. We hadden niet zo’n zin in snorkelen namelijk, omdat er erg veel grote zwarte zee-egels waren waaraan je je beter niet kan stoten…De schipper van het bootje dook het water in en haalde allerlei bijzonders, zoals prachtige zeesterren en zee-egels (en een zee-spin, brrr), omhoog om ons te tonen. Het was wel komisch, want we hoefden dus niks te doen om toch veel moois te zien. Maar veel vissen zagen we niet, daarvoor moest je toch echt bij het koraal gaan snorkelen.

Op weg naar de grens van Tanzania hebben we nog een slavengrot bezocht, bij Shimoni. In die grot werden de slaven ca. drie weken lang gevangen gehouden voordat ze naar Zanzibar werden vervoerd. Het enige drinkwater was semi-zeewater! Zout dus. Hoe afgrijselijk. De martelplek in de grot werd ook getoond. Het was allemaal uiteraard erg luguber, maar je kan toch ook niet voorbij gaan aan een van deze donkerste pagina’s in ons geschiedenisboek.

Bij Shimoni kan je ook erg goed snorkelen en duiken, wat we niet hebben gedaan, omdat je dan weer entree moest betalen omdat het een Nature Reserve was. Er moet een schitterend koraalrif zijn. Ook zijn daar vaak dolfijnen waarmee je kan zwemmen, hoewel ze dat ontmoedigen. Misschien iets voor jou Jacqueline, weer eens wat anders dan Haïti? ;-) We moesten natuurlijk wel meteen aan jou denken!

Terwijl wij hier een apart leven hebben, zit het thuisfront, met wie we zeer meeleven al zullen sommigen van jullie dat minder merken, zeker niet stil. Er gebeuren gelukkig veel mooie dingen. Twee geboortes – hopelijk alles goed met Ties en Anna Nora?! -, ons schoonzusje die na een heel zwaar jaar weer volledig is gaan werken (geweldig Greet!), onze (ex)-hulp die met haar 70 jaar en een hernia voor de tiende keer de Nijmeegse Vierdaagse heeft gelopen (over doorzettingsvermogen gesproken!), een lieve vriend die na een jaar hard zoeken weer een goede baan heeft gevonden, geslaagden voor de middelbare school (nogmaals van harte Ronald, Lisa en Paulien!), een droom van kinds af aan die in vervulling gaat voor een van hen (Paulien, super!), twee Abrahams erbij! We hebben dus veel feestjes moeten missen… ;-(

Helaas zijn er ook trieste dingen gebeurd, die ons zeer bezig houden. Een hele dierbare vriend is ontslagen na een 25 jarig dienstverband, maar liefst twee kinderen zijn opgenomen in een inrichting en een is er juist uitgehaald omdat het niks leek op te lossen. Wat een zorgen voor de ouders, die we nogmaals heel veel sterkte wensen! Door deze berichten zijn we dan echt aangeslagen.

Sinds 31 augustus zijn we weer in Tanzania, waar we al hebben genoten van strand en weer veel wild. Maar ook een heftige reddingsactie hebben verleend en een hele toestand met een verkeersongeluk (het is ons dan toch overkomen helaas; niet onze schuld; met goede afloop) hebben gehad. Kortom, weer veel beleefd. Daarover volgende keer meer, want het is wel even goed zo, het is al zo’n ellenlang verslag geworden…
Lieve mensen, veel plezier (met de kleintjes die geboren zijn en de komende verjaardagen) en succes (Lisa, Paulien en Lotte) met de nieuwe opleiding en ook onze schatten van vrienden Walter, Lidian en Erna met andere zaken en sterkte voor Marion en Bart! We denken aan jullie!




Dikke zoen,
Frank en Stina

zondag 29 augustus 2010

Twee ouwe sokken (wij!) en krokodillen-logica.

Goedlachs! Dat kan ik beslist van de Kenianen zeggen. Overal word je begroet met een big smile (en big is die zeker, het lijkt soms wel of ze twee kunstgebitten in hebben, jemig wat een enorme rij spierwitte tanden) en een enthousiast Jambo en Karibu (welkom). En meestal oprecht, zonder iets van je te willen. Je stapt uit de auto, wordt zo begroet en als je dan een beetje zoekend om je heen kijkt, vragen ze wat je zoekt en als je dan zegt ‘brood’, dan begeleidt iemand je naar een winkeltje (kotje…) waar je brood kan kopen en loopt daarna weer weg. Niemand verwacht geld van je, heel relaxed allemaal. Wellicht krijgt diegene van de winkelier een commissie, maar aan de prijs merken we dat nauwelijks. Je betaalt misschien 10 cent meer, maar daar hebben we totaal  geen moeite mee, we hebben tenslotte zo heel veel meer te besteden dan zij.

Masai Mara National Park
Leeuwenfamilie in de Masai Mara

We zijn dus naar Masai Mara, het bekendste Nationale Park van Kenia gegaan, alwaar we verbleven op een prettige camping, Aruba Camp, bij de Tarek gate. Het was daar heerlijk vertoeven, te meer daar we wederom weer vrijwel de hele camping voor ons zelf hadden. We kunnen dadelijk echt tegen geen enkel geluid meer vrezen we….Gelukkig dat we zelf ook zo zalig rustig wonen, anders zouden we echt een probleem krijgen bij thuiskomst

Buffels bij ondergaande zon in Masai Mara
Familie Nijlpaard in Masai Mara

We zijn een extra dagje op de camping gebleven. Ook al omdat Frank nogal liep te tobben met buikproblemen, al bijna twee weken, en het leek alleen maar erger te worden. Voortdurend heftige aanvallen van misselijkheid. Onze gebruikelijke remedie bij dit soort klachten, alleen wit brood en rijst eten, leek ook niet te helpen deze keer. Dus uiteindelijk toch maar de antibiotica genomen, die we gelukkig van onze eigen huisarts mee hadden gekregen, voor het geval dat. Na een dag of vijf werd het nog steeds niet veel beter, maar toen is Frank meer water gaan drinken en daarna was het over.  Hopelijk voorgoed…Frank had ook nog een fikse ontsteking aan zijn elleboog gekregen (omdat hij met zijn arm op het raam reed…) die vreselijk pijnlijk was. Kortom, hij voelde zich niet erg jofel.


Op deze camping waren de bavianen een stuk brutaler. En omdat we er niet voor gewaarschuwd waren en we ze ook nog niet gezien hadden, ging het bijna fout. Ik was net aan het afwassen een stukje verderop toen ik opeens twee enorme bavianen bij onze ontbijttafel zag staan en ze het brood zag weg snaaien. Ik liep er snel heen en toen gingen ze wel weg, maar ze bleven steeds om een hoekje kijken of ze nog een keer zo’n kans zouden krijgen. Niet dus!


Ook minder fraaie taferel, maar dat is de natuur
Simba in Masai Mara
De volgende dag de Masai Mara ingereden, eerst naar het minder toeristische westelijke gedeelte. Een prachtig gebied. We zagen weer veel wild, maar geen leeuwen, waar de Masai Mara toch bekend om staat. Bij een andere gate eruit gereden en daar op een hele leuke camping gestaan, Kimana. Omdat Frank toen nog steeds beroerd was en erg veel pijn aan zijn elleboog had, hebben we ons getrakteerd op een verblijf daar in een ruimte tent met echt bed dus en eigen douche en toilet. Twee bedden, zodat Frank zich niet zou stoten ’s nachts. Hij heeft daar erg goed geslapen en dat had hem goed gedaan gelukkig.  Daar een gids genomen om ons de leeuwen te wijzen. Aangezien wij weinig plaats hebben voor een derde persoon op de voorstoel - zoals sommigen van jullie hebben ervaren - , was ons belangrijkste criterium voor de gids dat die erg dun zou zijn…;-) Helaas bleek dat hij niet alleen qua postuur mager was, maar dat ook zijn kennis wat aan de magere kant was. Maar hij was bijzonder aardig én communicatief, dus hij vroeg aan alle andere chauffeurs waar de leeuwen waren en zodoende hebben we die toch in grote aantallen kunnen zien. Een hele familie, met vader leeuw (met enorme manen!) en een aantal moeders en welpen. Vader leeuw had net een gnoe gedood en zat daar lekker aan te peuzelen, later kwam de rest van het gezin hetzelfde doen. Daarna nog wat spelen met elkaar. Een prachtig gezicht. Later ook nog een ‘honeymoon’ zoals onze gids het noemde gezien, een mannetjes leeuw die steeds avances maakte naar het vrouwtje. Een geweldig gezicht. En nog een ander gezinnetje gezien. Helemaal super. Verder olifanten, giraffen, heel erg veel zebra’s en gnoes die bezig waren met ‘de grote trek’ naar en van de Serengeti, heel veel antiloopsoorten en enorm grote nijlpaarden, in grote groepen stonden die aan de waterkant. Onvoorstelbaar dikke beesten, nog nooit zo groot gezien. Ook enorme krokodillen. De Masai Mara zelf is schoonheid qua landschap, heel afwisselend maar vooral de weidse vlakten met acaciabomen en de glooiende heuvels, riviertjes en de enorme vergezichten maken het adembenemend. Dus ook al zag je geen dieren –wat niet zo vaak voorkomt, want de gnoes en zebra’s zijn bijna overal – dan nog konden we intens genieten van het magnifieke landschap. Ik zou willen dat ik zulk een mooi proza zou kunnen schrijven als Erwin Mortier in Godenslaap (zijn Frank en ik nu allebei aan het lezen, inderdaad prachtig Henny), dan zou het veel duidelijker worden hoe wonderschoon de Masai Mara is. Vooral ook al die verschillende lichtvariaties (zie foto met de buffels!), bijna surrealistisch. Om ca. 10.00 uur zijn we terug gegaan naar de camping om te relaxen en te lunchen. Om 12.30 uur zijn we weer vertrokken, ons doel was nu het oversteken over de Mara rivier van de gnoes te zien.  Toen we bij de rivier aankwamen na ca. 1,5 uur rijden, stonden daar zeker al 10 minibusjes met allemaal hetzelfde doel. En inderdaad , de gnoes waren de rivier aan het oversteken, een fascinerend gezicht. Frank wilde natuurlijk weer een speciale foto maken en de gids zei hem dat hij uit de auto kon stappen daarvoor…Dat had hij nooit moeten doen…Het was erg beschamend, want onmiddellijk stopten de honderden gnoes met de oversteek en liepen weg! Alleen maar omdat Frank uit de auto stapte, ongelooflijk.  Hij heeft dus met deze niet zo smart move – maar op advies van onze ‘gids’ – de migratie stil gelegd voor dat moment. Dat werd ons natuurlijk niet in dank afgenomen door de overige toeschouwers….En zelf hadden we de pech het tafereel dus maar heel kort te kunnen hebben gade geslagen. Daarna zijn we nog ca. 2 uur bezig geweest met van het ene punt naar het andere punt te rijden in de hoop de oversteek te zien. Op verschillende plaatsen stonden grote groepen gnoes te bekijken of ze daar konden oversteken, maar meestal was het veel te steil en durfden ze het dus niet aan. Uiteindelijk toch nog weer een punt gevonden waar ze het wel deden. En toen iets heel bijzonders gezien! Eén gnoe kwam niet met de rest van de groep mee, maar ging later het water in. Het beest was duidelijk verzwakt, haalde met moeite de overkant en kon nauwelijks tegen de steile wand omhoog klimmen. Heel moeilijk kroop hij uit het water, met naast zich…een krokodil! En nog een andere krokodil in het water. Wij vonden het heel raar dat die krokodillen hem niet pakten. Maar de krokodillen bleken slimmer te zijn, ha, ha. Want de gnoe haalde het natuurlijk niet, tuimelde om, ondersteboven (een heel akelig gezicht) en viel zo het water weer in en toen hoefde de krokodil alleen nog maar hap te doen en weg was de gnoe, niks meer van te zien! Dat had de krokodil waarschijnlijk allang ingeschat, dat de gnoe vanzelf weer in het water terecht zou komen en hij dan dus geen enkele moeite zou hoeven te doen voor die lekkere maaltijd. Het was gruwelijk en tegelijk boeiend om te zien.

Gnoes zo ver als je kunt kijken vanwege de migratie

Aan het eind van de dag waren we weer terug op de camping, deze keer wel weer gewoon gekampeerd.
De volgende ochtend vroeg zelf nog een gamedrive (zo noem je dat,  safari dus) gemaakt, zonder gids dus, dat niet veel bijzonders opleverde behalve een spotted hyena. Om ca. 10.30 uur waren we weer terug op de camping. Daar nog lekker gelezen op een soort veranda en met plezier naar de grappige Colobus aapjes gekeken die overal rond sprongen en slingerden. ’s Middags kwam er nog een leuk Keniaans meisje van acht jaar bij ons zitten. Een enorme wijsneus, erg leuk om mee te praten. Ze sprak ongelooflijk goed Engels, beter dan wij eigenlijk. Ze vertelde me dat ze op school zowel over het Christendom, de bijbel, leerde als over de Islam, de Koran. Ze was zelf moslim. Het is trouwens ongelooflijk hoeveel kerken je hier ziet en welke soorten allemaal.  Ook heel vee gospel centra.
Toen wilde ze weten hoe oud we waren. Ik vroeg haar te schatten. 53! En Frank 56! We rolden van onze stoel van het lachen. Toen we zeiden hoe oud we waren, riep ze ongelovig:  You look very old. En dat heeft ze zeker nog vijf keer met grote verbaasde ogen herhaald. Nou bedankt.  Net nou ik dacht dat een bezoek aan deze landen goed voor je ego is, omdat de mannen nog naar je staren en naar je omkijken en fluiten alsof je 20 bent, krijg je dit. Ha, ha. Toen ze opeens zag dat ik een rok droeg zei ze:  My grandmother (!!) would never wear a skirt. Om het nog maar weer eens te benadrukken hoe oud ik leek. Haar oma was notabene 66, maar wist dat volgens haar zelf niet, zo oud was ze! Ik zei dat ik moest gaan koken en ze wilde me graag helpen dus ze liep mee naar de wagen. Zo’n auto had ze nog nooit gezien. Wederom veel verbazing en bewondering. Wow, een auto waarin je kon slapen. Wow, en zelfs in kon koken. Wow, wow. Maar ze zei ook steeds bij alles wat ze zag: What a waste of money.  Zo komisch.


Toen ik ons tafeltje aan de achterdeur naar beneden klapte, kwam er een redelijk grote gele spin te voorschijn. Aaaaaaaah. Grote gil van mij en ik verwachtte gehoon lach van het meisje, want ik ben niet anders gewend  als dat lokalen moeten lachen en verbaasd zijn over mijn angst voor spinnen, maar het kleine meisje gilde net zo hard! Toen vond ik het nog enger. Ik vroeg haar waarom ze gilde en ze keek me met grote ogen vol ontzetting aan en zei; Very poisonous. Ik, echt?? Yes, very, very poisonous, he can kill you.  Aaaaaaaaaaah. Ik had dus deze keer echt reden om bang te zijn. Frank zwiepte het beest op het gras en haalde zijn schouders op. Hij geloofde er niks van. Ik dus navragen bij de jongens van de camping, maar die beaamden dat zo’n gele spin – mits die ook een gele staart had, alsof ik daar op had gelet! – inderdaad giftig waren en als je er door werd gebeten dat je dan meteen naar het ziekenhuis moest. Nonchalant voegden ze eraan toe dat bijna alle spinnen in Kenia giftig zijn. Daar werd ik niet vrolijk van. Frank vond en vindt het allemaal erg overdreven en gelooft er niks van.

Dansende Masai
Het leven in een Masai dorp

De volgende dag zijn we met onze gids, die zelf Masai is, naar zijn dorp gegaan. Het was een heel leuk bezoek. Het was ook grappig om te zien hoe strak alles geregisseerd werd. Een jongen leidde ons daar ons rond en alles verliep volgens ‘programma’ zeg maar. Eerst een mannendans, een welkomst-dans, gezien en daarna een dans waarin ze om beurten heel hoog springen om indruk op vrouwen te maken. Daarna een vrouwendans gezien.  Hierna werden we aan de hand meegenomen het dorp in. Bij de Masai draait alles om koeien die voor hun heilig zijn. Ze gebruiken daarvan alles, het bloed en melk drinken ze, het vlees eten ze, de huiden gebruiken ze voor kleding en bedbedekking. Een koe kost tussen de 150,-- (kleintje) en 300,-- Euro.  Leek ons nogal veel gezien de enorme lage verdiensten van de mensen in Kenia. Geen idee ook trouwens wat een koe bij ons kost, Wijnand (Bina)?!  In het dorp waar wij waren leefden 146 mensen en was er aan vee, koeien, schapen en geiten, 610 stuks.  Het dorpje, nou ja, nederzetting is een beter woord, bestaat eigenlijk alleen maar uit koeienmest, waarvan de huizen gemaakt worden en dat ligt ook overal op de grond. Na ca. 9 of 10 jaar hebben de termieten het hout, dat ook gebruikt wordt voor de huizen, opgegeten en moeten de Masai de huizen opnieuw bouwen, dat doen ze dan een heel klein stukje verderop.

Masai vrouwen
Stina danst mee

Wij kunnen nog zo genieten van olifanten en blij zijn dat die beesten er nog zijn, de Masai hebben er vooral last van, want die doden vaak een koe. De Masai horen dan compensatie van de regering te krijgen,  maar dat gebeurt lang niet altijd. Nee, met een regering waarvan in 2005/2006 maar liefst 3 miljard (8% van het Bruto Nationaal Inkomen) in eigen zak wordt gestoken –staat gewoon zo in de krant! – kan je je wel voorstellen dat dat geld niet betaald wordt. 
Het haar van de Masai vrouwen wordt geschoren, zodat ze daar geen last van hebben bij het koken, dat ze in de huizen (hutten) doen en wat natuurlijk een erg warm gebeuren is. We zijn in een huis geweest, dat groter was dan het van buiten leek, met verschillende vertrekken, voor het kleine vee, voor het grote vee, een slaapvertrek voor de ouders, twee slaapvertrekken voor de kinderen (6), een kookgedeelte en een vertrek om wat spullen op te slaan. Het was er erg donker binnen vonden wij,  maar voor hun was dat niet zo, zo gewend aan het duister als ze zijn.


Masai zijn polygaam, de ‘gids’ vertelde onze met een stalen gezicht dat mannen wel 6 of meer vrouwen kunnen hebben.

Het geld dat je betaalt om het dorp te mogen zien, wordt gebruikt om de kinderen naar school te laten gaan. 


We vonden het een leuk , interessant bezoek, hoewel het natuurlijk veel te vluchtig was. Maar dan toch nog steeds leerzaam en boeiend. Het zag er allemaal zo vredig uit. Je zou ook kunnen zeggen armoedig, maar dat was toch niet het eerste dat in me op kwam. Het leven is zo eenvoudig en eigenlijk ga je denken dat het leven zo ook bedoeld is. Wat heb je meer nodig? De Masai alleen maar koeien en kralen, en met beiden houden ze zich de hele dag bezig. De vrouwen met koken, voor de kinderen zorgen en sieraden maken, de mannen met vee houden. En dat is het dan. Ze zien er erg tevreden uit. 


Hierna zijn we terug gereden naar Nairobi en hebben weer 2 nachten op de Jungle Junction camping gestaan.  Het is een lekkere plek om wat onderhoud te doen, op te ruimen en in wat comfort te vertoeven.  Maar daar is dan ook wel alles mee gezegd, dus weer snel verder gereisd, naar Arusha, in Tanzania, om mijn reisagent, Lazarus, te bezoeken.  Die was heel erg verrast en erg blij om ons te zien in zijn woonplaats. We zijn eerst naar zijn kantoor gegaan, in een enorm gebouw, en daar kennis gemaakt met diverse medewerk(st)ers met wie ik anders alleen e-mail- en telefooncontact heb, dus het was heel leuk deze mensen nu eens te ontmoetten. Ook zijn vrouw was er, die veel zaken daar runt. Een kordate tante, heel leuk mee gesproken. Ze vertelden ons dat ze inmiddels maar liefst 40 Landcruisers hadden, rechtstreeks geïmporteerd uit Japan. De zaken gingen goed volgens Lazarus. Maar zijn vrouw, Joan, nuanceerde dat nogal en zei dat het hoogseizoen niet datgene had gebracht wat ze hadden gehoopt.  Tsja, nog steeds last van de recessie natuurlijk.  Lazarus vertelde ons ook dat hij aan het studeren was voor zijn MBA, zijn Bachelor had hij twee jaar geleden gehaald, er hing een mooie foto van hem in zwarte toga en met een sjerp om aan de muur.  Lazarus nam ons mee voor de lunch. Een hele grappige ervaring, daar het in onze ogen nogal een eenvoudig restaurant was  - van heel andere kwaliteit dan het restaurant waar onze Ethiopische agent Fikre ons mee naar toe had genomen in Addis Ababa – en het eten eveneens: een kippenpoot met rijst en spinazie (in kokosmelk, erg lekker!).  Maar gezien het grote aantal mannen die strak in het pak hier kwam lunchen, was dit toch echt een zakenrestaurant en ‘the place to be, to see and to be seen’.  Wij zien dat blijkbaar anders, dus dat was heel leuk.


Na de lunch hebben we nog wat rond gewandeld in Arusha, terwijl Lazarus terug was gegaan naar kantoor, en toen we daar een paar uur later aankwamen, stond hij ons al buiten met zijn vrouw en nog een echtpaar op te wachten. Dit echtpaar waren goede vrienden van hun en hadden net een hele luxe lodge geopend, net buiten Arusha.  Die zijn we gaan bekijken, heel erg smaakvol  met een en al design ingericht, echt schitterend, we waren onder de indruk. Ze vroegen ons nog of we die lodge niet wilden gaan runnen. Geen onaantrekkelijk voorstel.  Daarna naar de lodge van Lazarus gegaan, de Colobus Mountain Lodge, waar we twee nachten kosteloos mochten verblijven (of zo lang we hadden gewild).


We zijn naar de voet van de Kilimanjaro gereden, maar helaas was de hoogste berg van Afrika (5895 meter,  klanten van mij die veel sportiever zijn dan ik beklimmen die!) in de wolken, we hebben alleen de top boven de wolken uit zien steken. Maar de omgeving is al zo schitterend, heel erg groen met veel koffieplantages.  Moshi, waar we  26 jaar geleden waren geweest, was inmiddels een grote plaats geworden met hippe koffietenten en er was van alles te koop. Uiteraard staat ook in Afrika de tijd niet stil, maar wat een groot verschil met het kleine plaatsje dat wij ons herinnerden, waar ongeveer alleen een markt was.  Dat verschil is trouwens in alles zicht- en merkbaar. De bediening is tegenwoordig vrijwel overal erg correct en vooral ook snel! We hoeven niet meer 45 minuten op een soepje te wachten, waarvan je je afvraagt wat het is (What kind of soup is this? Uuuh, I don’t know), en waarna je dan vervolgens een half uur op een lepel moet wachten en dan nog weer een half uur op het zout waar je meteen om had gevraagd om nog enigszins smaak aan de soep te geven.  Tegenwoordig kan je overal erg lekker en smaakvol eten. En tot Franks grote genoegen, hebben ze heel vaak friet! In Kenia hebben ze zelfs heuse frietkotjes! O happy Frank!

Zie Frank stralen!

Nooit gebrek aan aandacht

Na twee dagen zijn we terug gereden naar Kenia, naar het oosten, naar Tsavo National Park, dat bekend staat om de vele olifanten en de dieren die wilder zijn dan in andere parken. De weg tot aan Keniaanse grens, dus in Tanzania, was prima; precies vanaf dat we Kenia binnen reden was het weer drama. Wel was het landschap meteen bijzonder fraai, met enorme baobabs. Ook al meteen de ‘rode’ (van het rode zand, waarmee de olifanten zich koelen en zich tegen de insecten beschermen) gezien. Het was wel grappig, we stopten ergens om een boterham (met kaas, ja, gewoon erg Hollands)te maken en ik zei voor de grap: Nou, geen olifant te bekennen. En precies een tel later trok in de verte een hele kudde voorbij! Toen ik uit de auto stapte stopten ze meteen, ongelooflijk, ze hoorden me en daarna begonnen ze te rennen.  Bizar, blijkbaar meteen gealarmeerd. 


Ons leven is wel een heel groot feest momenteel. Je kunt jezelf geen mooier cadeau geven dan dit ‘nomaden’ bestaan. Opstaan wanneer je wakker wordt én je zin hebt om op te staan, lekker buiten ontbijten zolang je wilt, te midden van vele vogels meestal,  gaan doen waar je zin in hebt en steeds genieten van al het moois, de wonderschone natuur waar je je vrijwel altijd te midden van bevindt. En dat dag in, dag uit. En zoveel mooie ervaringen en nieuwe inzichten opdoen, het is zo verrijkend. Maar ook zo relaxed! Steeds weer bedenken, wat zullen we nu weer eens gaan doen/beleven. Niks moeten  (nou ja, behalve wat koken en afwassen dan en wat klussen aan de auto en vooral…af en toe de auto zandvrij maken, want dat zand komt werkelijk overal), nooit iets snel hoeven doen, overal altijd de tijd voor hebben. We vrezen op een grote kater bij terugkeer…Maar we zien vol verlangen uit naar onze echte grote kater, Tommie,  en onze lieve Kumari die goed gegroeid is bij tante Jacqueline die zo geweldig goed voor hun zorgt! En natuurlijk naar JULLIE! Het is heerlijk om jullie mails te ontvangen en zo op de hoogte te blijven van hoe jullie leventje verloopt. We lezen ze altijd gretig.  Al het moois hier kan lang niet altijd het plezier dat we met jullie vaak hebben vervangen.


O ja, en wat we vooral niet zullen missen dadelijk, is het stof en zand. Om jullie niet al te jaloers te maken (;-)) zal ik ook een nadeel noemen:  je lijf, waar in alle poriën het zand en stof zit, moeten afdrogen met een handdoek die ook altijd vol zand en stof zit (dus nooit schoon is) en dan je kleding vol zand en stof aantrekken om te eten van een tafel vol zand en stof van borden vol zand en stof die je weer schoonmaakt en afdroogt met een theedoek vol….je raadt het al! Het is weer eens wat anders dan de biebelebonse berg (wie snapt dit, Frank namelijk niet zegt hij net). Ik ben blij dat ik op een zandschip ben groot gebracht, kan je het nog een beetje händelen. ;-) Nee, dan die arme Frank, die ervan gruwt om zand tussen zijn tenen te voelen. Ha, ha, je voelt bijna niet anders hier! En niet alleen tussen je tenen, ook altijd in je haren, kan wel blijven wassen, maar dan is er weer alleen water met…jawel veel zand erin! Of helemaal geen water natuurlijk…
Overigens worden wij soms ook wel gewekt… Door vogels, niet alleen door hun prachtige gezang, maar omdat ze steeds op de spiegels van de auto zitten te tikken met hun snavel. Zo hard soms, dat we eerst dachten dat er een mens op onze auto aan het kloppen was. De vogels zijn hier blijkbaar erg  ijdel, want ze zitten dolgraag in de spiegel te kijken en worden dan helemaal enthousiast bij het zien van zichzelf, denkende dat ze sjans hebben ofzo. Het is een dolkomisch gezicht, steeds dat gekoekeloer in de spiegels en dat driftige getik te horen.


We gaan maar weer eens slapen. Want slapen dat we hier doen!  Ongelooflijk, met gemak het klokje rond. We blijven onze erover verbazen. We zijn ook altijd heel moe ’s avonds. Hoe dat toch steeds kan? We begrijpen het echt niet.

Welterusten!
Frank en Stina


P.s. We hebben een PRIJSVRAAG! Wat denken jullie dat we het meeste koken/eten. Ik zal een hint geven: het is echte Hollandse kost! Dat vinden we er zelf zo komisch aan. Onder de goede inzenders verloten we een prachtige Masai-sleutelhanger (moet dan wel een nieuwe kopen, want Frank wil die van hem niet weggeven, hij is er al aan verknocht, net als ik aan mijn Masai-ring).

maandag 16 augustus 2010

Een boel beesten en waardeloze wegen

Jambo!

Het is weer een lang verhaal geworden. We hebben ons suf geschreven, nu kunnen jullie je suf gaan lezen zoals een vriendin van me mailde. Ik zou zeggen, lees iedere dag een stukje, dan is het net of we iedere dag wat sturen. Daar zijn we te lui voor, maar als we eenmaal in de toetsen klimmen, dan weten we weer van geen ophouden zoals je ziet.

Roofvogel in Bale Mountains

Vanuit Addis Ababa zijn we naar de Bale Mountains gereden, een schitterend natuurpark waar je wolven zou kunnen zien en inderdaad, we hebben er 2 gezien, erg imposant. Wel gek om daar rond te lopen terwijl er wolven zijn. Klinkt toch gevaarlijk. We zijn naar het hoogste punt gereden, bijna 4400 meter.  Het is een ruig gebied en als je afdaalt aan de andere kant kom je door een prachtig bos.  Vanuit Bale Mountains zijn we naar de grens gereden, naar Moyale. We namen per abuis de verkeerde weg, maar de grap was dat die korter bleek te zijn dan de weg die ons was aanbevolen, over Yabelo, en plotseling – nou ja, plotseling, het was een vreselijke hobbel de bobbel weg, een vrij heftig gebeuren – waren we dus in Moyale, bij de grens naar Kenia! Een dag eerder dan verwacht, dat was wel een beetje gekke ervaring. Net of we niet goed afscheid van het magnifieke Ethiopië hadden kunnen nemen. In Moyale verbleven we in het beste hotel daar, werkelijk goed en dat was een geluk want daar werd ik het voor het eerst ziek. Zomaar opeens was ik heel misselijk geworden, zakte bijna door mijn benen heen.  We zijn daarom een dagje langer in Moyale gebleven dan we bedoeld hadden. Was ook wel prettig om bij te komen van de toch wel zware tocht ernaar toe, want we wisten dat de rit naar de eerste plaats in Kenia een hele barre zou zijn, de slechtste weg die er aan de oostkant van Afrika te vinden is, berucht bij alle overlanders die hem hebben gereden. We hebben die extra dag gebruikt om geld te wisselen; een heel gedoe daar, kostte meer dan een half uur bij de bank. Toen nog wat beleefd. Want ’s avonds merkte Frank opeens dat hij zijn paspoort niet meer had. Grote schrik natuurlijk. Die was bij de bank achter gebleven wist Frank vrijwel zeker. Nog nooit meegemaakt, dat de bank employee er niet aan denkt die terug te geven en wij zelf ook niet. Maar een keer moet de eerste keer zijn. De bank was natuurlijk al dicht dus  we moesten tot de volgende dag wachten voor we gerust gesteld konden worden. En dat werden we meteen! Frank kwam de bank nog niet binnen lopen of ze zwaaiden al met het paspoort. Niks aan de hand dus. Gelukkig hadden we ons er ook niet al te druk om gemaakt omdat in Afrika altijd veel vanzelf weer goed komt, maar natuurlijk hebben we ook wel wat sombere gedachtes erover gehad.  Verder hebben we die dag gebruikt om te tanken, want brandstof is in Kenia een stukje duurder – ook al een heel gedoe, want bij 2 tankstations was alle brandstof op en bij de laatste ook, maar daar waren ze aan het bijvullen, dus na een half uur toch nog kunnen tanken gelukkig – en om de grensformaliteiten alvast te regelen. Heel apart, dat kon je dus een dag eerder doen dan dat je vertrok, dus er staat een stempel van vertrek in ons paspoort op 21 juli terwijl we pas 22 juli zijn vertrokken. Geen haan die ernaar kraaide toen we de volgende dag het land uitreden. Er werd toen niets meer gecontroleerd, we reden zo Ethiopië uit, heel bizar. Aan Keniaanse kant verliep ook alles heel soepel dus een uur later begonnen we aan de vreselijke rit naar Marsabit. Eerst dachten we nog, nou dat valt best mee die we waar iedereen zo steen en been over klaagt. Goed, er waren nogal wat kuilen en gaten en hij was alles behalve vlak te noemen, maar dat hadden we al vaker gehad, niet zoveel bijzonders vonden wij. Maar dat was toch te vroeg gejuicht,  want na ca. een uur begon de ellende pas echt. Jemig, gek werden we van de keien en stenen op de weg, de gaten en alles wat je erbij kan bedenken. Het was eigenlijk geen doen, we reden vaak met 20 km/uur (een andere overlander had 3 banden kapot gereden op dat traject en dat wilden we toch voorkomen) en na 8 uur door elkaar gerammeld te zijn kwamen we dan eindelijk in Marsabit aan. Daar op een leuke camping gestaan, Henry’s camp, waar helaas voor mij wel een griezelig groot insect op de stoel zat, ik durfde er niet eens goed naar te kijken. Hij was zo groot, dat ik even dacht – en vooral hoopte- dat die nep was. Maar er was een douche en toilet, voor de rest heerlijk rustig, midden in de natuur, zalig.

Bale Mountains
Wolf in Bale Mountains

De volgende dag doorgereden naar Samburu National Park.  Wederom een afgrijselijke weg, tot ca. 50 km ervoor, toen opeens,  o zaligheid, glad asfalt! Dat was echt een feest, want na meer dan 1,5 dag door elkaar te zijn geschud, waren we dat toch wel behoorlijk zat geworden. Een mens kan ook nergens tegen, althans niet deze 2 verwende mensen…

Netgiraffen in Samburu
Grevy's Zebra's in Samburu (zeldzaam en met uitsterven bedreigd)

Daar hebben we gekampeerd op een ‘vrouwencamping’, die dus geacht werd door dames te worden gerund, maar wij zagen er alleen mannen, die dan wel braaf beweerden dat zij de zonen van de beheersters waren…
Ook een hele mooie plek, aan de rivier, waar ’s avonds net voor zonsondergang het hele dorp, nou ja, vooral de jongeren, kwam om lekker te poedelen. De volgende dag hebben we dan voor ons het eerst een Nationale Park bezocht en het was meteen groot succes. We zagen al snel leeuwen, zelfs met welpjes en ook olifanten en giraffen. Inderdaad, zoals een hele lieve vriendin van me het noemde, een magisch gezicht. Ook al ‘kennen’ we de beelden, het blijft iets wonderschoons om van zo nabij de dierenwereld te mogen aanschouwen. Maar ja, Frank ging voor de luipaard, het liefst in een boom. Op al onze safari’s hebben we die namelijk nog nooit (goed) mogen zien, terwijl klanten altijd de mooiste foto’s daarvan sturen! Die zien ze altijd wel! De grap was, dat klanten ook net in Samburu verbleven en die zijn we gaan opzoeken in hun lodge. Het was heel leuk hun enthousiaste verhalen te horen, zij hadden veel gezien. In elk geval ook heel veel  olifanten gelukkig, en die had ik hun beloofd omdat ze die per se wilden zien deze keer, daar ze die op hun vorige reis in Namibië gemist hadden.  Maar nu hadden ze er zoveel gezien dat ze er op het laatst niet eens meer voor wilden stoppen bijna, het werd gewoon zeg maar.  Maar het  mooiste komt nog, want ze vertelden iets later dat ze net voordat ze in de lodge aankwamen…een luipaard in de boom hadden gezien! Precies wat Frank dus wilde. Hun chauffeur/gids was zo aardig om ons daar naartoe te brengen in onze auto, dus nu hebben wij dat wonder ook mogen aanschouwen! En inderdaad, het is iets ongelooflijk machtigs zoiets te zien. Zo’n grote kat, zo fraai om te zien, die daar lekker sloom met de poten over de tak in de boom ligt te slapen en later wat actiever werd vanwege plotseling rennende antilopen die waarschijnlijk door leeuwen werden opgejaagd.  Kortom: 1000 plaatjes van geschoten, vanuit alle hoeken en in alle standen.  De chauffeur/gids uiteraard fiks beloond, hij had zijn vrije tijd toch maar op geofferd om ons dit te gunnen.

Olifant in Samburu National Park
Luipaard in Samburu National Park

Daarna nog wat rondgereden in het park, wederom een leeuw gezien en die een stukje gevolgd, ze trok zich er niks van aan, liep stoïcijns door met ons erachter aan.  Ze was duidelijk op zoek naar een prooi, een mooi gezicht,  je herkent dan toch echt het kattengedrag.  Aan het eind van de middag zijn we naar een camping gegaan, ook weer heel mooi gelegen, midden in de bush en opgezet met natuurlijk materialen, dus de douche was een doek om boomtakken heen gevouwen, stond je dus lekker in de open lucht te douchen, heerlijk. Tijdens het eten lang met de eigenaar, Nahim, gesproken. Hij had een bijzonder leven, was overal op de wereld geweest, vader Palestijns en moeder Keniaans, hij was in alle opzichten een wereldburger maar met zijn hart bij de Keniaanse natuur.  Hij vertelde ons veel over het land en nog een mooi verhaal. Vrouwen en meisjes sjouwen altijd met die zware jerrycans met water op hun rug of hoofd. Hij had daar iets op bedacht, wieltjes eronder gemaakt zodat ze de jerrycans konden trekken en niet hoefden te sjouwen.  We hadden daar onderweg toevallig enkele van gezien. Toen we hem dat zeiden, was hij helemaal verbaasd. Want wat bleek: die uitvinding werd hem  helemaal niet in dank afgenomen en ook niet gebruikt! Want…water halen is een zeer sociaal gebeuren dat vrouwen graag doen, omdat ze dan alle tijd hebben om lekker te roddelen en bij te kletsen! Dat moet dus niet te snel gaan! Nu hij dat vertelde, herinnerde ik me dat al eerder te hebben gehoord in de context van waterputten die vlakbij het dorp worden geslagen door ontwikkelingswerkers. Daar zijn ze dan evenmin blij mee, om dezelfde reden! En altijd maar weer denk ik dan, wat moeten we toch beginnen met al dat ontwikkelingswerk? Hier zijn zulke andere waarden en normen, het is zo’n andere wereld,  wi j hebben daar geen notie van. En dan willen wij wel gaan bepalen voor hun wat goed voor hun is?! Zoals ik ook eens gelezen heb over een ontwikkelingswerker in Madagascar die de bevolking had geleerd om 5x per jaar te oogsten in plaats van 2x, waardoor de mensen honger leden!  Toen hij na een paar jaar terugkwam en vroeg of het goed ging met het oogsten, bleek dat ze weer maar 2x per jaar oogstten.  Hij vroeg hun of het niet lukte om 5x per jaar te oogsten. Jawel hoor, maar ja, hun ouders hadden altijd 2x per jaar geoogst, en hun voorouders en hun voor-voorouders, dus die traditie ging je niet doorbreken. Terwijl ze daardoor dus zelfs honger leden en wel wisten hoe ze 5x per jaar moesten oogsten. Maar ja, in een land waar traditie zo sterk is, gaat dat blijkbaar toch voor. Dat kunnen wij ons helemaal niet voorstellen, maar wij hebben dan ook weinig traditie en dat voelt ook wel eens arm aan. Het is een complexe materie, het beter krijgen. Wat beter, hoe beter, waarom beter?

Leeuw in Samburu National Park
Truck op slechtste weg van Oost-Afrika

Nahim gaf ons nog veel tips en zodoende gingen we een andere route volgen dan we zelf hadden bedacht .  Hij raadde ons aan om niet via de hoofdweg naar Lake Nakuru te gaan, maar bovenlangs, richting Marallal, via gravel- en modderwegen, maar wel veel mooier omdat je dan door allerlei dorpjes van verschillende bevolkingsgroepen zou komen. Dat sprak ons uiteraard heel erg aan, dus dat gingen we doen. Hadden we dat maar niet gedaan! Het was magnifiek mooi, we zagen veel  Samburu’s in schitterende traditionele klederdracht, we kwamen door bijzondere dorpjes, maar we kwamen ook bij een weg die door de regen was veranderd in een grote modderpoel met zulke enorme plassen, dat we steeds weer moest beslissen, hoe we die moesten passeren: langs links, langs rechts of er midden door.  We reden toen nog maar 5 km/uur! En dat stuk was 40 km! We glibberden  alle kanten op, het was echt doodeng. Het was net of je met de auto op ijs reed, je had er totaal geen controle meer over. We waren steeds bang in de greppel te belanden, dan zouden we er echt niet meer uit kunnen komen. Bij een wagen voor ons was dat al gebeurd, die kon geen kant meer  op. Ondertussen begon het ook nog te plenzen, het werd echt een hele toestand. Net toen we dachten dat het iets beter werd, kwam er een nog erger stuk en toen twijfelden we of we wel verder moesten gaan. Het was onbegonnen werk, de wagen glibberde alle kanten op, op hoop van zegen. Maar omkeren durfden we ook niet goed, dus toch verder gereden, en toen ging het toch mis: we belandden in de gevreesde greppel.  En wat Frank ook probeerde, we kwamen er met geen mogelijkheid meer uit, we hingen veel te scheef. Er kwam meteen een groep Kenianen helpen, zij duwden wat ze konden, maar er was geen beweging in die dikke Beer te krijgen. Het was onvoorstelbaar dat die mensen dat deden, met hun beste kleren en schoenen aan, zij hadden namelijk uit een minibus moeten stappen die zonder hun probeerde om over die weg te komen.  Het lukte niet. Toen maar de zandplaten onder de wielen gelegd, en keien gezocht om eronder te leggen, maar ook dat lukte niet. Net toen we dachten dat het toch wel een echt hopeloze zaak  aan het worden was en we al vreesden dat we in de scheve auto in de modderpoel de nacht zouden moeten doorbrengen, kwamen er twee Kenianen aan die instructies gaven hoe eruit te komen. De zandplaten moesten in elk geval meteen weg, die waren voor zand, niet voor modder! Op de cursus hebben we dat anders geleerd (toch, André?!) en later hoorden we ook van andere overlanders dat je die wel degelijk ook in de modder kan gebruiken, maar goed, we haalden ze maar braaf weer weg.  Ze gaven nog meer instructies waarop ik toen vroeg of ze zelf achter het stuur wilden gaan zitten. In dit geval stonden de beste stuurlui niet aan wal maar zat achter het stuur: het lukte hem na grof geweld wel  degelijk Beer uit de greppel te krijgen. De auto glibberde alle kanten op, maar daarna reed hij hem toch maar mooi naar een iets beter stukje weg. We waren ‘gered’! We waren dolgelukkig en dus gaf ik de chauffeur 10 Euro die hij vol ongeloof en stralend van blijdschap aannam, maar het was duidelijk dat het hem geenszins om geld te doen was geweest, Hij had gewoon willen helpen. En okay, zijn stuurmanskunsten willen tonen, maar hij had ook alle reden om daar heel  trots op te zijn.  We zijn daarna nog 15 km verder geglibberd, hopende niet weer in de greppel te belanden waar Frank wonder boven wonder, want de weg bleef bar en boos, in slaagde. Toen werd de weg wat beter, een stuk minder modderig en kwamen we net voor donker bij Lake Baringo aan, waar we een pracht plek aan het meer hadden met uitzicht op een krokodil  en het geluid van nijlpaarden vlakbij, die precies op de plek waar wij stonden ’s avonds aan land kwamen, zo vernamen wij iets later…Inderdaad hebben we ze de eerste avond heel duidelijk om ons heen gehoord toen we op bed lagen en de derde avond hebben we ze zien lopen,  twee enorme dikhuiden die maar liefst 50 km/uur kunnen rennen en daarom zo gevaarlijk zijn, want dat verwacht je niet, dus ze doodden meer mensen dan leeuwen.  Andere mensen vertelden ons dat ze de avond daarvoor een nijlpaard achter hun aan hadden gekregen die waarschijnlijk  geïrriteerd werd door het geklik van hun fototoestel, zij waren echt achter hun auto gevlucht voor dat beest!  Tsja, het is natuurlijk allemaal magnifiek om te zien, maar toch maar liever niet al te dichtbij.

De modderweg waarin we wegzakten
Lake Baringo

Wij hebben een paar heerlijke dagen doorgebracht aan het meer, het was een hele vredige plek met erg veel prachtige vogels, waarvan sommigen echt heel brutaal waren, die aten de broodkruimels van je bord.  Toen we aankwamen zat onze auto helemaal onder modder (vanwege ons modder-avontuur ), van boven naar beneden. Dus vroeg een jongen de volgende dag of hij de auto mocht schoonmaken. Het bleek de nachtwaker te zijn die van 18.00 tot 06.00 uur werkte en dus tot maar liefst 08.30 uur – toen wij eindelijk opstonden – had gewacht om te vragen of hij de auto mocht wassen. ..!  Daar is hij dik twee uur mee bezig geweest, daarna zag hij er weer piccobello uit. Toch wel handig een schone auto, anders blijf je zelf ook niet lang schoon...

Toen we vertrokken vroeg een andere bewaker ons of we uilen wilden zien.  Natuurlijk! Hij mee in de auto en ons de uilen geshowd,  prachtig! En die jongen zo ook weer wat bij verdiend.  Deze jongen had al eerder een brood voor ons gehaald, in een dorpje 1,5 km verderop, waar hij binnen 15 minuten van terugkwam gerend met het brood. Voor welke service hij 0,20 Euro vroeg! In Afrika is altijd alles zo makkelijk te regelen! Geen brood meer bij de plaatselijke ‘bakker’? Nou, dan laat je die toch halen in een dorp verderop? Zit je met de auto vast? Dan wordt die er door een local wel weer uitgehaald. Ieder probleem lijkt altijd vanzelf wel weer te worden opgelost in Afrika, linksom of rechtsom.  Daarom is het reizen hier ook zo makkelijk. Veel mensen denken altijd aan alle ramspoed die je zou kunnen overkomen in Afrika, maar onze ervaring is juist andersom:  er is al niet veel ramspoed en als die er al is, wordt die vaak sneller en makkelijker opgelost dan bij ons. O jee, gevaarlijke uitspraak, afkloppen! Wie weet wat ons dadelijk overkomt…

Flamingo's in Lake Bogoria
Geiser bij Lake Bogoria

Vanuit Lake Baringo zijn we naar Lake Bogoria gereden, een sprookje! Miljoenen flamingo’s in een felblauw enorm groot meer dat wordt omgeven door geisers en schitterend gebergte! Kortom, je waant je enerzijds in IJsland, maar door de flamingo’s toch ook duidelijk in Afrika.  Het is bijna onwezenlijk, om zoveel flamingo’s te zien en dan ook nog eens met spuitend water vanuit de geisers daarvoor. Daar hebben we 2 nachten gekampeerd op een wonderschone plek met hele grote vijgenbomen en voor de rest niks, geen voorzieningen (nou ja, twee vieze hokken met nog viezere gaten aan de grond, dus dan maar liever in de natuur je behoefte doen), maar ook geen mensen, er was helemaal niemand! Toegegeven, dat was eerst ook wel even een beetje eng, zo midden in de jungle zonder iemand, maar al snel vonden we het juist super. En natuurlijk ben je in de jungle toch nooit alleen, de bavianen zijn er altijd. Die bleven gelukkig op veilige afstand; ze kunnen ook wel eens een beetje al te brutaal zijn (daar weet jij alles van he Gerda?!).. Mooi kampvuurtje gemaakt en genieten maar! De volgende dag kwam er ’s middags een groep Kenianen  uit een minibusje rollen, veel meer menen als dat er zitplaatsen waren volgens ons, en die gingen daar op boomstronken debatteren. Na ca. 2 uur stapten ze opeens op, vlogen het busje in met de woorden: het gaat regenen. En inderdaad, 5 minuten later viel het met bakken naar beneden. Maar nog net daarvoor waren ze allemaal weer uit het minibusje geschoten om ons een hand te geven, allemaal (!), en uit te leggen dat ze leraren waren en de jaarafsluiting hadden besproken. Ha, ha, over vergaderen op de hei gesproken. En ze boden hun excuses aan dat ze hadden ingebroken op onze privacy. Hoe bijzonder toch! Wij zijn gast in hun land en nog vinden ze dat wij de eerste rechten hebben of zoiets! Dat zou bij ons toch nooit gebeuren. Met veel kabaal zouden mensen je rust verstoren en met nog veel meer kabaal weg gaan, zonder een boe of bah. Hier komen ze zich allemaal voorstellen en bieden ze excuses aan, terwijl het uiteraard gewoon een openbare plek is.

Flamingos'en geisers bij Lake Bogoria
Bushcamp in Lake Bogoria

Ook Kenianen zijn weer hele prettige, vriendelijke mensen.  Misschien nog wel weer iets goedlachser dan in Ethiopië, ik vind het een hele gulle, joviale lach. En omdat ze hier veel meer gewend zijn aan toeristen, verloopt alles erg soepel en word je ook veel minder aan gestaard, dat is ook wel  prettig. Het is allemaal erg relaxed.

Na Lake Bogoria gingen we op weg naar Nairobi. Nog geluncht bij een bijzonder fraai hotel, Lake Nakuru Country Club, waar onze klanten ook vaak verblijven. Echt schitterend daar, een prachtig koloniaal pand omgeven door een enorme tuin, meer een park te noemen, met ook nog een stuk wildernis waar je kan wandelen en dieren en vooral vogels kunt zien. Echt zo’n plek waar je wel minstens een week zou willen vertoeven. Daarna verder gereden en nog twee ernstige ongelukken onderweg gezien, want zeker de minibusjes rijden hier als gekken. Bij 1 ongeluk zagen we de bestuurder dood op weg liggen, afgrijselijk. Ze lieten hem daar gewoon liggen, waren met van alles en nog wat bezig behalve met het bergen van het lijk zo leek wel.

In Nairobi zijn we een paar dagen verbleven op de voor overlanders  meest beroemde camping van heel Oost-Afrika:  Jungle Junction. Het was even wennen, een stuk grasland omgeven door een hoge muur met prikkeldraad, want ja, Nairobi, bijnaam Nairobby, heeft nu eenmaal geen beste reputatie op veiligheidsgebied. Het voelde aan als een soort gevangenis, zeker na alle plekken midden in de natuur waar we tot dan toe waren verbleven. Maar wel een hele  prettige gevangenis, met super goed werkende draadloos Internet, schone, warme douches, een (gemeenschappelijke) kamer met comfortabele banken en een open haard (ja, ja , echt nodig, het was erg fris in Nairobi, 16 graden!) en een gemeenschappelijke keuken. En een werkplaats voor auto’s en motoren en daar ging het ons om, want Beer had wat onderhoud nodig:  olie vervangen en alles na laten kijken, waarbij er alleen uitkwam dat de wiellagers voor opnieuw moesten worden gesteld. Het was een klus van volgens  Franks inschatting (die ooit bij een garage heeft gewerkt) ca. 2 uur, maar waar ze op z’n Afrikaans 5 uur overdeden, maar dat maakte ons niet uit, want ondertussen konden we lekker Internetten - dat was al meer dan 2 weken geleden – en allerhande klusjes doen zoals het beddengoed verschonen.

We zijn daar naar de supermarkt gegaan en wisten echt even niet wat we zagen. Alles was er te koop:  brownies, wijn, toffees, pindakaas, Goudse kaas, bruinbrood, bloemkool, broccoli. Alles! Het was het paradijs en toch ook weer niet, want zoveel keuze waren we echt helemaal niet meer gewend dus we raakten er gewoon wat van in de war. Klinkt waarschijnlijk heel overdreven, maar het was echt waar. Bijna drie maanden lang hebben we niet gegeten wat de pot schaft, maar wat de ‘winkel’ (het stalletje) schaft, en vaak was dat alleen maar uien en tomaten. En dan waren we soms helemaal blij als er ook  paprika’s (hele kleine,erg  verschrompelde die je bij de AH minachtend aan de kant zou gooien) waren.  En nu opeens konden we alles krijgen en wisten we gewoon even niet meer wat te nemen. Zelfs schaaltjes met gemengde groentes en zakken sla. En alle soorten vlees, en zo mooi, zonder een vetrandje (normaal is het meer vet dan vlees). Je zag er dan ook wel voornamelijk blanken (expats)…Want duur was het uiteraard ook! We konden natuurlijk toch niet de verleiding weerstaan en dus allerlei lekkers gekocht en veel verschillende soorten groenten en voor het  eerst sinds lange tijd weer vlees, prachtig mager rundergehakt. En dus schrokken we van de prijs bij de kassa. Ha, ha, allemaal weer net als thuis.

Maar we hebben gesmuld van het broodje met kaas, de koeken en snoep, de wijn en de weer overdadige maaltijden met alles erop en eraan. Het was wel grappig dat dit feest precies halverwege onze reis plaatsvond.  Maar om nou te zeggen dat we er echt zo naar verlangden? Echt niet, het ‘sobere’ (naar Westerse maatstaven, maar uiteraard nog steeds erg luxe in vergelijking met de mensen hier) leven bevalt ons eigenlijk wel prima.  We missen nauwelijks iets. Maar het gekke is, dat als het er opeens dan weer allemaal is, dat je het dan toch gaat kopen. Gewoontedier? Zwakte? Hebzucht?
Bij Jungle Junction nog een Duits stel ontmoet, die we ook al eerder bij Lake Baringo hadden gezien, en die al 1 jaar en 9 maanden onderweg zijn! Ik bedoel maar, wat stelt ons half jaar nu eigenlijk voor? Zij zijn langs de westkant gekomen en nu terug naar boven aan het rijden, maar lopen tegen een groot probleem aan, aangezien er in Nairobi geen visum meer voor Ethiopië wordt afgegeven sinds kort…We hoorden van weer andere overlanders dat dat ook niet meer in Khartoum wordt gedaan sinds kort, dus wij hebben nog heel veel geluk gehad dat ze dat bij ons nog wel deden toen wij daar waren. Hoe die Duitsers nu thuis moeten komen, weten ze even niet.

Het is een leuk stel en we hebben veel met hun gekletst. Het grappige is dat ze in dezelfde auto met daktent en interieur reizen als wij. Hier in Kenia zie je juist weer veel meer Landrovers.

Na 3 dagen binnen de muren van Jungle Junction te hebben vertoefd, met als enige uitstap naar de supermarkt en shopping mall (super Westers, heel luxe allemaal), hadden we het wel gezien, ondanks de gezelligheid met het  Duitse stel en nog wat andere overlanders, en zijn we snel weer terug naar de schitterende natuur gegaan, naar Masai Mara, de topattractie van Kenia.  Waar het tweede stuk van de weg weer om te huilen was zo slecht, 2 uur lang weer moeten hobbelen en bobbelen en soms gewoon zoeken hoe je nou moest rijden midden in de rimboe.  Tot nu toe hebben we moeten concluderen dat de wegen werkelijk nergens zo slecht zijn als in Kenia, notabene een van de meest toeristische landen, dus je vraagt je echt af waar al dat geld (60 USD per persoon entree voor een natuurpark, voor iedere 24 t. uur!) blijft…Nou ja, dat weten we natuurlijk wel, maar treurig blijft het.  Wat voor kabinet we in Nederland ook krijgen,in vergelijking met ieder Afrikaans land mag niemand van ons daarover klagen, want ons kabinet is tenminste niet corrupt en steelt niet van de mensen.  En daar mogen we toch heel, heel dankbaar voor zijn. Hier worden de entreegelden voor de parken verhoogd van 40 naar 60 USD waardoor het toerisme en dus de inkomsten voor de gewone man vermindert en alleen de zakken van de machtshebbers nog meer worden gevuld.  Hoe schrijnend is dat te weten als je langs de sloppenwijken rijdt of de mensen met nog 2 draden aan hun lijf ziet lopen. Niemand maar dan ook niemand die zich om hun bekommert.  Nu niet en nooit niet. Uitzichtloos. Het barst hier van de scholen in Kenia, Nog nooit ergens zoveel scholen gezien, om de kilometer staat er wel een bordje met primary of secondary school, university, academy. Het analfabetisme is hier dan ook werkelijk bijzonder laag, 15%! Iedereen loopt heel trots in zijn/haar schooluniform, hele zwermen schoolkinderen kom je voortdurend tegen onderweg. Maar wat als ze klaar zijn met hun opleiding?! Er is geen werk, als je heel  veel geluk hebt kan je nachtwacht op de camping worden met je HBO opleiding! Waar alle toeristen je min of meer minachtend aankijken; ach gut, dat manneke, onze nachtwacht. Moet je je voorstellen.  Behalve dus dat je geen toekomst kunt opbouwen, nauwelijks uitzicht hebt om je te verbeteren, word je ook nog eens bijna respectloos behandeld. Want je bent ‘maar’ nachtwacht of ober. Maar ondertussen ben je wel vaak hoger opgeleid dan de mensen die je wat meewarig aankijken en die je vaak behandelen alsof je een kind bent. Zou al die kennis die je dan op school hebt vergaard niet soms juist in de weg zitten en alleen maar voor frustratie zorgen? Ik heb dat in Gambia gezien. Die mensen wilden nog maar 1 ding: naar Europa, naar het paradijs!  Van dat verlangen werden ze bijna gek, daar waren ze alleen nog maar op gefocused, bij gebrek aan uitzicht in hun eigen land.

En is het dan zo gek, zoals onze Zuid-Afrikaanse reisvriend Lodie dat wel vond, dat een moeder je smeekt om haar kind mee te nemen naar jouw land. Lodie was daar hogelijk verbaasd over toen ons dat overkwam tijdens een koffieceremonie bij een Ethiopische familie. Hoe kan een moeder afstand doen van haar eigen kind, waar is de moederliefde vond Lodie. Maar volgens mij is dat juist de moederliefde: je denkt namelijk zeker te weten dat je kind het beter zal krijgen in ons land, en aangezien je als moeder het beste wilt voor je kind, geef je het nog liever mee aan Westerlingen dan dat je het bij je thuis houdt, ondanks dat je haar/hem dan zult moeten missen. Zijn/haar geluk gaat boven dat van jou en ze zijn ervan overtuigd dat dat geluk op hun ligt te wachten in Europa of de VS. Ik heb het zelfs eens mee gemaakt in Senegal dat een moeder haar baby in mijn armen duwde en daarna keihard wegrende. Zij was radeloos, en ik vervolgens ook. Gelukkig kon ik nog harder rennen en heb het kind terug geduwd. Maar nogmaals, in deze landen heersen andere normen en waarden,  onder andere door de heel andere omstandigheden waarin de mensen verkeren.

Inmiddels hebben we een pracht ervaring in  de Masai Mara gehad, waarover volgende keer meer.

Kwaheri!

Frank en Stina