Posts tonen met het label Gondar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gondar. Alle posts tonen

vrijdag 6 augustus 2010

Ethiopië: een lust voor het oog, een steek in je hart

Inmiddels zin we er helemaal vertrouwd mee: ezels stoppen voor een auto, koeien lopen stoïcijns door en geiten springen alle kanten op en zijn dus het engste. Verder wordt er veel naar ons gezwaaid en voelen we ons dus vaak Alex en Maxima, want je zwaait uiteraard terug. Ook wordt er regelmatig een hand opgehouden voor geld. Meestal maken we dan hetzelfde gebaar terug en dan weten ze niet wat ze er mee aan moeten. Een keer maakte ik ook mee dat toen ik dat deed het kleine jongetje enthousiast naar me toe rende en zijn armpjes om mijn been sloeg; het leek alsof hij mijn gebaar uitlegde alsof ik mijn armen uitnodigend voor hem had gespreid. Kortom: vaak weten ze niet eens wat ze eigenlijk doen, weten ze volgens ons niet eens dat ze met het omkeren van hun hand om geld vragen. Ze doen maar wat. Maar pubers doen het ook vaak, en die weten het natuurlijk heel goed.














De oude stad Harar
De armoede is schrijnend zichtbaar


Vanuit Dessie zijn we naar Harar gereden, dat voor veel moslims na Mekka, Medina en Jerusalem de meest heilige stad is. Heel bijzonder in een land dat overwegend christelijk is! Voor ons was het vooral een stad van veel weirdo’s en bedelaars. Een beetje merkwaardige sfeertje, beetje grimmig wel. Onvoorstelbaar veel mensen die letterlijk in de goot lagen. Erg akelig. En waarschijnlijk omdat ze zo weinig gewend zijn aan toeristen, werden we altijd maar aangesproken en aangestaard. Niet altijd even prettig.

Harar heeft een ommuurde oude binnenstad met kleine, nauwe straatjes en huizen die wit, blauw en soms in een andere kleur gepleisterd zijn. Erg leuk daar rond te dolen. Geen auto’s, ezels is het vervoermiddel. De stad zelf is ook best leuk opgezet, gezelliger dan de andere steden die we tot nu toe hebben gezien. Met verschillende markten voor de verschillende bevolkingsgroepen.
We zijn er ook nog bij een bijzonder kerkhof even buiten de plaats gaan kijken, naar prachtig beschilderde grafzerken, allemaal midden in het gras en tussen de bomen gelegen, het zag er vredig uit.
In Harar was maar een fatsoenlijk restaurant, ‘Fresh Touch’, maar daar was het dan ook zeer aangenaam vertoeven: een echt gezellig terras met lekker eten en een hele leuke sfeer. Daar hebben we ook de de WK finale gezien, waaraan jullie waarschijnlijk net zo min als wij aan herinnerd willen worden… Wij keken met de enige twee andere toeristen in town… Spanjaarden! En voor de rest allemaal pro-Spanje Ethiopiërs, dus na afloop zijn we maar snel weg gegaan…

Een buizerd
Colobus apen op reservewiel
Overigens zijn er in Ethiopië sowieso erg veel terrasjes, bijzonder leuk! Zeker allemaal (de koffie en en de pizza’s) de invloed van de Italianen.
Terwijl ik dit schrijf (op 17 juli) is het al weer een week later en zit Frank nu lekker te lezen aan het fraaie enorme meer Awassa, met om ons heen de geweldige leuke Colobus apen, waar je wel naar kan blijven kijken, visarenden en in het meer hele aparte eenden met kleintjes, ook erg schattig om naar te kijken.

Maar goed, even terug naar Harar. We hadden gelezen over een bijzonder dorp daar in de buurt, Komori, en de weg ernaartoe was ‘rough en dirty’, maar dat leek ons met onze Beer (en chauffeur Frank!) geen probleem. Afijn, na 45 minuten geploeterd te hebben over een pad dat geen weg te noemen was kwamen we bij een stuk vol keien en kuilen en besloten we het op te geven, het leek ons geen doen en wat zou ons verder nog te wachten staan? Net op dat moment passeerden ons twee mannen en een jongen van ca. tien jaar en die zeiden dat de weg daarna beter zou zijn. Dus we waagden het er maar op. Hun optimisme was niet zonder eigen belang want nadat we de hindernis genomen hadden, onder aanmoedigende kreten van hun, vroegen ze vervolgens of ze mee mochten rijden. Uuuh, ja, dat mag wel, maar we hebben nauwelijks plek. Nu wordt dat in Afrika echt heel anders gezien, maar dit vonden we toch heel bijzonder: met z’n drieën gingen ze op een achterbankje (jullie weten hoe klein die is) zitten,met de tuinstoelen voor hun benen, dus waar ze hun benen lieten is een raadsel. Afijn, met vijf man in onze Beer hobbelden en bobbelden we verder. Een man moest er onderweg uit, de andere met de jongen van tien zei dat hij wel mee wilde naar dat dorp en dat bleek achteraf weer een geluk te zijn, want hij sprak wat Engels en kon dus zo een beetje tolken voor ons en liet ons de huizen binnen gaan, wat we anders natuurlijk niet gedaan hadden. We krijgen onmiddellijk injera aangeboden (de soort pannenkoek die de meeste Westerlingen net rubber vinden) met daarop wat gemalen pepertjes als soort saus. Best lekker! Maar we kregen de indruk dat dit ongeveer hun enige eten was en dan zouden we het nog geen drie dagen volhouden denk ik (dan is rijst met alleen pindasaus zoals ik weken in Gambia heb gegeten, twee keer op een dag, toch echt een stuk beter). Daarna gingen we naar het dorp van die andere jongen die met ons mee liftte, Umardin. We vroegen hem hoe oud hij was: I think 18 or 19… O ja, in deze landen doen ze meestal niet aan geboorteregistratie… Hij bleek iedere dag naar de college in Harar te lopen vanuit zijn dorp: drie uur heen en drie uur terug! En kinderen bij ons maar klagen als ze een kwartier naar school moeten fietsen! In het dorp was geen elektriciteit of water, alleen bij de paar putten in het dorp. In het huis waren geen meubels, alleen matten om op te zitten. Wij dachten, wat moet dat steeds een overgang zijn voor die jongen, vanuit de stad Harar waar ‘alles’ (naar Ethiopische maatstaven!) is, naar zijn dorp waar nauwelijks iets is. Geen auto te bekennen, geen school, geen kliniek, geen winkeltje. Wij zaten nog geen tien minuten bij zijn moeder thuis binnen, of ca. tien man kwamen ook binnen. Onder wie de dorpsleiding. We waren net koffie aan het drinken en ook zij kregen dat aangeboden. Er waren maar vijf plastic bekertjes, dus om de beurt. Je hebt ook niet zoiets als een ‘eigen’ bekertje, want het tweede kopje koffie kreeg ik uit het bekertje dat net iemand anders had opgedronken in plaats van dat ‘mijn’ bekertje werd bijgevuld. Alles is hier veel meer van de gemeenschap, er is niet echt mein en dein. Koffie bijmaken is ook heel eenvoudig: je schenkt gewoon nieuw water in de koffiepot. Kortom, de mensen die het laatste kwamen kregen meer iets dat eruit zag als warm water dan als koffie. Wij kregen wederom injera aangeboden, maar alle anderen niet, waarschijnlijk toch echt een soort delicatesse….Verder werden er pelpinda’s rond gedeeld, heel gezellig. Jammer genoeg waren ze niet gebrand. Toch nog even zeuren ;-)

Begraafplaats in Harar
Awash National Park
Bij de tien mannen was ook een ontwikkelingswerker. Dat vond ik reuze interessant. Maar op mijn vraag waar hij zich mee bezig hield kwam hij helaas niet veel verder dan ‘cultural’. Er leken mij belangrijker issues, maar dat is misschien weer mijn Westerse kijk op de zaak…

De dorpsleiding wilde graag contact met ons blijven houden omdat ze dachten dat wij wel heel veel goede ideeën zouden hebben om het dorp verder te ontwikkelen omdat we zoveel reizen en zoveel zien. Tsja… Het werd al met al een hele bijzondere dag waaraan we allebei veel plezier hebben beleefd. Toen we terug kwamen bij de auto stonden er alweer drie mensen te wachten die graag met ons mee terug wilden rijden. We konden ons er iets bij voorstellen… Openbaar vervoer is er niet naar deze afgelegen dorpen en anders moet je dus drie uur lopen. En weer terug….

Gezellig aan het meer van Awassa
Het dorp Umardin
Zoals ik zei, zit Frank dus aan het meer te lezen. Ethiopië is echt geweldig mooi: heel groen, bergen, valleien, meren. Het is dikke pret om hier te rijden, je kijkt je ogen uit. Ook wat je onderweg allemaal ziet, steeds mensen die met van alles sjouwen: takkenbossen, gereedschap, water, geweren (die bij ruzies tussen de verschillende bevolkingsgroepen echt gebruikt worden; op veel bussen staat een sticker met daarop een geweer met een rode streep erdoor: verboden geweren mee te nemen!).

Afrikaanse coupe voor Frank
Straat in de oude stad Harar
Trouwens, over lezen gesproken, we hebben erg leuke boeken van jullie gekregen: we hebben allebei erg gelachen om de Pizzamaffia, het Diner van Herman Koch was bijzonder, ik ben nu de romans van Glastra-van Loon aan het lezen, ook erg mooi! O ja, en ook de Eenzaamheid van de Priemgetallen vond ik heel goed. Nog veel meer natuurlijk, maar deze schieten me zo te binnen. Nogmaals bedankt dus lieve gevers!
Vanuit Harar zijn we naar het Awash National Park gegaan voor onze eerste ‘safari’. Dat was heel leuk. We hebben veel plezier gehad met de Colobus apen die op onze auto sprongen en heel brutaal naar binnen keken of er iets lekkers te halen viel. Beer werd helemaal belaagd, er zaten er wel vijftien op, zowel op de motorkap, als op het dak, als op de achterkant en op de zandplaten. Zo schattig om te zien. Verder antiloopsoorten in grote getale gezien en wrattenzwijnen en een paar erg mooie vogels waaronder een hele kleurige papegaai-achtige en grote buizerdsoorten. Al met al vonden we deze eerste ‘proefsafari’ zeer de moeite waard en vonden we het heel leuk om zelf te dieren te spotten en in alle rust met een verrekijker hun gedrag gade te slaan.

Mooie vogel in Awash National Park
Kingfisher
Na Awash naar Addis Ababa gereden en dat kostte meer tijd dan verwacht, omdat het een hele drukte was bij het binnen rijden van Addis. In Addis goot het van de regen, dat was ook weer even wennen. Een leuk Guesthouse gevonden, Ankober, en daar twee nachten verbleven. ’s Avonds bij een onverwacht luxe Italiaans restaurant, vlakbij het guesthouse, Castelli, gaan eten. Met tafellinnen en al! Het was al 60 jaar in handen van een Italiaanse familie en je waande je ook echt in een restaurant in Italië. Zelfs best lekkere wijn op. Het was veel te duur voor ons budget (ca. tien keer duurder dan waarvoor we normaal eten!) maar we hebben er wel heel erg van genoten. We zeiden maar dat het nog voor Franks verjaardag was. Ha, ha. Natuurlijk voel je je ook wel schuldig als je zo eet, in de wetenschap dat andere mensen heel direct om je heen niks hebben. Waar een maiskolf een heuse tractatie is – die worden langs de kant van de weg volop verkocht als snack – en kauwgom per stuk wordt verkocht. Waar in de verre omtrek vaak geen kliniek is en we mensen met een brancard gemaakt van bamboestokken een zieke zien vervoeren, die zo vele, vele kilometers moeten afleggen. In de hoop nog op tijd te zijn…

Met onze agent Fikre en zijn vrouw Kidist aan de traditionele Ethiopische lunch
Sloppenwijk gezien vanuit Hotel Churchill in Addis Ababa
De volgende dag met onze erg vriendelijke reisagent, Fikre, afgesproken. Een hele leuke dag gehad samen met hem en zijn vrouw die ook bij hem werkt. Naar het kantoor geweest en naar zijn huis, een fraai groot huis dat hij aan het verbouwen was. Verder heerlijk geluncht (voor het eerst DE delicatesse voor Ethiopiërs gegeten: kifto, rauw vlees…) en nog wat hotels bekeken, waaronder het prachtige Churchill hotel. De marketingmanager was heel enthousiast over het prachtige uitzicht over de stad vanuit dit hotel. En inderdaad kon je vanaf de twaalfde verdieping over bijna heel Addis uitkijken, schitterend. Maar als je vlakbij keek, dan zag je beneden de sloppenwijken… De gammele hutjes met daken van golfplaat… Hij beweerde dat die mensen niet altijd arm zijn maar er soms gewoon voor kiezen uit gemak om daar te blijven wonen en om zijn stelling kracht bij te zetten, wees hij op de auto’s die bij sommige van die hutjes stonden. Dat leek inderdaad wel in groot contrast met de woning. Maar je kan je moeilijk voorstellen dat je daar blijft wonen als je beter kan…

Samen eten van de traditionele Injera
Het dorp Umardin
Fikre heeft ons ook weer veel wijzer gemaakt over dingen die we gezien hadden onderweg en niet konden plaatsen. Takken die achterop een vrachtwagen worden gebonden zijn om te voorkomen dat dieven op de wagen klimmen (die takken hebben doornen). En rivieren staan zo droog omdat er dammen worden gebouwd. Wel heel triest dan voor de mensen die in de buurt van die rivieren wonen! Mannen met een oranje baard zijn afkomstig uit Somalië, die verven hun baard. Er wonen hier veel mensen uit Somalië en die zijn volgens Fikre vaak erg vreemd. Een bedelaar die beweert dat hij vroeger leraar was, vertelt volgens Fikre wellicht de waarheid. Fikre legt uit: leraren verdienden vroeger 350 Birr (20 Euro!!) per maand en nu ze met pensioen zijn krijgen ze nog maar 50 Birr (3 Euro!!). Daar kunnen ze uiteraard niet van leven. Hoe triest. En je denkt bij bedelaars toch vaak dat het mensen die nooit iets hebben gedaan/kunnen doen. Overigens wordt het beroep van leraar tegenwoordig een stuk beter betaald en zijn ook de pensioenvoorzieningen beter. De huidige regering heeft namelijk begrepen dat ze daarmee een grote schare voor zich winnen… Over de grote arme laag van de bevolking zegt Fikre dat hun toekomst er alleen uit bestaat om vandaag te overleven. Daarmee is veel gezegd.

Een hoop pret bij de groepsfoto in Komari
Kinderen in het dorp Komari
Wat bijzonder blijft in een land als deze is dat het onmogelijke mogelijk is voor de mensen en het mogelijke onmogelijk. Zo hakken ze met gemak een enorme stapel rotsblokken met eenvoudig gereedschap tot kleine stukjes – wij zouden er niet eens aan denken zoiets te gaan doen – maar blijft een blubberweg een blubberweg, niemand zal daar iets aan verbeteren. Zelfs de mooiste ‘resorts’ zijn vaak over een soort koeienpad bereikbaar. Nou zijn die hier ook heel veel meer dan auto’s ;-)

De auto’s die er rijden zijn vooral Toyota’s, veel landcruisers, vaak van de UN! Die komen we echt overal tegen. En de zakken eten waarop ‘US-aid’ staat, zien we op de markt verhandeld worden. Ach ja, we weten al dat de ontwikkelingshulp een hele industrie is geworden die zichzelf maar al te graag in stand houdt. Omdat dat ontwikkelingswerkers er zelf zo goed van kunnen leven, zoals ook Fikre opmerkt.

In een woning
Meisje in het dorp Umardin
De volgende dag nog een lekkere macciato gedronken samen met Fikre en toen zijn we vertrokken naar Awassa. Dat is maar een rit van vier uur, maar het kostte anderhalf uur eer we Addis uit waren! Onderweg nog wat fraaie ‘beachresorts’ (zo noemen ze de leuke bungalows aan de meren hier) bekeken en dus waren we pas vlak voor het donker in Awassa. Het viel niet mee hier een hotel te vinden, want net als in Gondar was het dit weekend weer afgestudeerden-feest. Wel erg grappig, want je ziet dan deze afgestudeerden allemaal in lange zwarte gewaden met zo’n vierkant petje met kwastje op lopen. En veel mensen in hun mooiste – vaak traditionele - kleding, en die is werkelijk schitterend. Als we niet kamperen willen we dan toch altijd voor ongeveer kampeerprijs slapen. Dat betekent dus de goedkoopste hotelletjes, voor meestal nog geen tien Euro per nacht. Daar is meestal wel iets mee: deze keer hadden we een douche (met alleen koud water) die niet meer uit kon. Het werd een complete overstroming.

Vrouw uit het dorp Umardin

Mooie vogel in Harar
Door de grote hoogteverschillen in Ethiopië maak je mee dat je ’s morgens weg rijdt met 18 graden en dan een paar uur later in 38 graden rijdt! Al die bergen zorgen er ook voor dat Frank soms moe van het schakelen wordt: op een rit van ca. 6 uur, was dat maar liefst 1500 keer (hebben we globaal uitgerekend hoor, niet geteld ;-))!

Wat we steeds vergeten te antwoorden: we hebben inmiddels 15.000 km gereden en Frank is al afgevallen, maar ik niet. Dat is het nadeel als je alles lekker vindt, ook de lokale gerechten waar anderen voor bedanken ;-)

P.s. I: Sinds 22 juli zitten we in Kenia en hebben al weer heel wat beleefd en gezien, het verhaal daarover volgt. Momenteel zitten we in Nairobi, om wat onderhoud aan de auto te laten doen en email bij te werken. We willen hier zo snel mogelijk weg zijn, want een stad is niks aan en Nairobi staat bekend als NaiROBBY en op 4 aug. is er een gevreesd referendum met waarschijnlijk weer veel rellen en schietpartijen. Beter om dan uit de stad weg te zijn.

P.s. II: Dank voor jullie complimenten over mijn schrijfstijl (het lijkt me wel wat te veel eer, zo bijzonder vind ik het zelf echt niet en dat is geen valse bescheidenheid, maar het is natuurlijk wel erg leuk om te lezen dat sommigen van jullie er zo positief over zijn), maar die eer is ook voor Frank dan, want die schrijft ook regelmatig voor de blogspot.

maandag 12 juli 2010

5 november 2002 *) Jullie genieten van de hitte, wij van de koelte!

Na eerst nog de leukste plaats in Soedan te hebben bezocht, Wad Medani, favoriet als huwelijksbestemming (weer eens wat anders dan de Malediven!) bij de Soedanezen, zijn we de volgende dag de grens naar Ethiopië over gestoken. Dat is altijd een heel gestempel, en van het ene ‘kantoortje’, waar uiteraard niks op staat, naar het andere lopen. Onmogelijk om dit zonder ‘bemiddelaar’ te doen, die zich van alle kanten aanbieden; jongens die je van het ene bureautje naar het andere loodsen, naar ‘kantoortjes’ die je zelf nooit als zodanig zou herkennen en waar dan toch plotseling heuse ambtenaren met stempels zitten. En waar altijd, in ieder land overigens, de t.v. aan staat. Je gaat bijna denken dat het normaal is, totdat je bedenkt dat bij ons op kantoor toch echt nooit (nou ja, nu dan misschien, tijdens het voetballen) de t.v. aan staat.


Kleuter in Debark

Oefenen voor WK in 2014

Goed, het verliep vrij vlot, zeker aan de Soedanese grens, waar ze ons nog steeds ‘Welcome’ heetten (bij ons AFSCHEID dus!). Zo blij zijn ze daar met de komst van blanken. Echt waar! Aan de Ethiopische kant ging het wat trager, aangezien degene die ons paspoort moest stempelen steeds in een heel dik boek van Sinterklaas naar iets aan het zoeken was. Wat?? Dat blijft de grote vraag! Tot onze grote schrik pakte hij na het eerste dikke boek, het volgende dikke boek en ging bladzijde voor bladzijde, met het vingertje van boven naar beneden, op zoek naar…??? Op een gegeven moment zette hij dan toch de begeerde stempel. Gelukkig maar, want in dat hok – een betere benaming kan ik het echt niet geven – stikte het van de vliegen, we werden er helemaal gek van en werden toch geacht rustig te blijven zitten terwijl hij maar aan het zoeken was.


Landschap Simien Mountains 1
Landschap Simien Mountains 2

Het was inmiddels al 15.15 uur en Gondar, de eerste echte plaats, was ca. 4 uur rijden. Omdat alles aan de grens er echt vreselijk uitzag, hebben we de gok toch gewaagd en reden we net na donker Gondar binnen. Ondertussen hadden we ge-sms’t met onze Zuid-Afrikaanse vriend, Lodie, die zei dat we bij zijn hotel konden kamperen en dan zijn douche mochten gebruiken. Helemaal super! Toch fijn, reisvrienden maken! Erg prettig hotel, Fogera, met heerlijke tuin waar je lekker kon zitten en dan de schitterende vallei in keek. Ethiopië is zo onvoorstelbaar groen! Het is werkelijk net Zwitserland, bergen en veel groene heuvels, grasvelden met koeien, paarden, geiten en schapen erop, echt idyllisch. Met een groot verschil…. de gigantische armoede van de mensen! Ethiopië is een van de armste landen ter wereld en die armoede is schrijnend zichtbaar. Vrijwel niemand heeft fatsoenlijke kleren, bij de meesten hangt het van gaten en draden aan elkaar, en minstens de helft van de mensen loopt op blote voeten! En dat in de stromende regen, in de blubber, bij een temperatuur van soms maar tien graden. Het is schokkend om te zien. Mensen baggeren door de modder met hun blote benen en voeten, hebben niks warms aan – soms alleen een soort omslagdoek, een soort laken - en de regen gutst op hun neer. De vraagt die me dan bezig houdt, hoe krijgen ze het ooit weer droog?! In de hutjes waarin ze wonen, lijkt me dat onmogelijk. Moet je voorstellen, je bent doorweekt tot op het bot (en dat is bij die magere lichaampjes een stuk sneller dan bij ons!) en je komt ‘thuis’, in je klei- en mesthut, waar het al even koud en vochtig is. Hoe moet je weer een beetje bijkomen? En een extra stel kleren zullen de meesten ook niet hebben… Maar het lijkt ze niet te deren, in die stromende regen staan ze lachend naar ons te zwaaien. En dan voel je je wel erg decadent, in je patserbak met verwarming en een lekkere fleece aan… Het wonderlijke is, dat er geen greintje afgunst te bespeuren is. We reden op een gegeven moment een weg in waar juist een hele drukke markt was en waar dus heel veel mensen liepen die allemaal steeds voor ons opzij gingen en in plaats van nijdig kijken, zwaaien ze vrolijk naar je of steken hun duim goedkeurend op. Toch echt blij met je bezoek! Dat is wat ik ook tijdens mijn onderzoek naar kleinschalige ontwikkelingsprojecten ontdekte: mensen voelen zich enorm gekend en erkend doordat wij de ‘moeite’ nemen op hun land te bezoeken. Dat vergroot hun eigenwaarde.

Gelada Baboon (armen over elkaar!)
Steigerende Walia Ibex
Maar zelden zoveel armoede ‘op straat zien liggen’. Je kan het bijna niet voorstellen, maar het gemiddelde JAARloon van een Ethiopiër is minder dan vrijwel iedereen van ons in een WEEK verdient! En sommige van mijn klanten zelfs in een dag….

Maar nu zit ik hier op een terras in Dessie te typen, en zie om me heen mensen kletsen, koffie drinken (die is hier zalig, een geweldige erfenis van de Italianen die Ethiopië korte tijd bezet hebben, overal zijn van die super koffiezetapparaten waar zelfs heerlijke macciato mee gemaakt wordt), injera eten (de specialiteit hier, een soort pannenkoek die de meeste Westerlingen aan rubber doet denken maar ik best te eten vind), een en al gezelligheid. En dan vraag ik me weer af hoeveel die mensen dan verdienen en vooral met wat?! In Ethiopië werken ze wel harder dan in de andere landen waar we tot nu zijn geweest. Er wordt steeds gepoetst en geveegd en dat hebben we toch al twee maanden niet meer gezien. Jemig, wat leven de mensen in de voorgaande landen vaak in een vuilnisbak! En ze zien het niet eens. Je moest er soms wel om lachen, dan hadden we een zak afval in ons hand (wij verzamelen het toch wel braaf) en vroegen we waar we het weg konden gooien,waarop ze je niet begrijpend aan keken om vervolgens te antwoorden: anywhere. Waarop wij dan weer redelijk geshockeerd keken en zij dan maar die zak van ons pakten en ergens neer smeten. Wat een gruwelijke puinhoop overal. Dat is hier in Ethiopië echt een stuk beter. Nou heb je natuurlijk ook niet veel afval als je überhaupt niks hebt…

Maar mensen lijken ook zo weinig nodig te hebben. Wij kunnen nog geen uur samen zijn of er moet iets bij gegeten en gedronken worden. Hier, en in alle andere landen waar we nu doorheen zijn gereisd, zitten mensen uren bij elkaar te kletsen, zonder iets te consumeren. En maar lachen en praten.

Supermarkt in Debark (met als luxe bananen!)
Beer amuseert zich in de modder



Ethiopië is na Nigeria het dichtst bevolkte land van Afrika met meer dan 80 miljoen mensen. En ook dat merk je. Waar je ook rijdt, altijd en overal lopen er mensen langs de kant van de weg. Met kuddes schapen, koeien of met zwaar bepakte ezeltjes en kamelen. En wanneer je twee minuten stil staat, om bijv. even op de kaart te kijken, dan staan er onmiddellijk ca. tien mensen om de auto. En kinderen komen van heinde en ver aanhollen met een kunstwerkje, mandje ofzo, in de hoop iets te verkopen. En die blijven vaak keihard achter de auto aanhollen. Geen wonder dat Ethiopiërs vaak marathons winnen… want rennen kunnen ze. En als een kind dat nog maar net kan lopen aan de hand van de moeder meeloopt, wordt die geacht net zo snel als mama te lopen. Het is niet net als bij ons, dat mama haar tempo aan het kind aanpast…. Maar een kind is hier ook geen kind. Kinderen spelen niet, maar sjouwen kilometers met een jerrycan water op hun rug een steile heuvel op! De grootte van de jerrycan is nog net aangepast aan de grootte van het kind, ongeveer zo: een kind van 5 sjouwt 5 liter water, een kind van 10, 10 liter. O ja, uiteraard doen alleen de meisjes en vrouwen dat!

Water moet ver gehaald worden, want ondanks de gutsende regen soms, staan de rivieren hier helemaal droog. Geen druppel water zit erin. Het zijn nu hele brede kiezelvlaktes. Waterputten zie je nauwelijks, mensen halen het water uit stroompjes en beekjes.

Langs de kant van de weg zie je hier met grote regelmaat vrachtwagens op de kop liggen…. er gaat nogal eens wat fout in de haarspeldbochten in de bergen hier… Overigens zag je in Soedan weer iets anders langs de (woestijn)wegen liggen: veel dode dieren; koeien, paarden enz. Daar begrepen we niks van, met de Nijl zo dichtbij. Maar toen we een Soedanees vroegen hoe dat kon, zei hij: food. Zo stom, wij dachten alleen aan gestorven wegens gebrek aan water, helemaal niet denkend aan voedsel tekort. En dat is wat hier overal is: het gras is helemaal kaal gevreten.

Gondar vonden we een erg leuke plaats. We waren er al eerder geweest maar best kort toen en nu een paar dagen en dan ontdek je pas de charme van de plaats. Echt leuk. En tot Franks grote plezier, eindelijk weer bier (in Soedan is alcohol verboden)! En dat soms voor maar 0,30 Euro per flesje! Eten is hier soms ook spot goedkoop, dan denk je werkelijk dat je een 0 vergeten zijn als je een rekening van 4,-- Euro krijgt voor twee zalige pizza’s (ook die hebben ze hier, zeker ook door de Italianen; ze zijn er maar vijf jaar geweest, maar hebben toch hun goede gewoontes achter gelaten ;-)) met twee biertjes en een cola.

Wel goed voor ons budget, want die hebben we toch wel ruim overschreden inmiddels en dat komt vooral door al die dure grensformaliteiten – zo hoog hadden we dat niet ingeschat - en ook wel de dure toegangsgelden soms tot bezienswaardigheden.


Africa Hotel in Debark

Hotelkamer in Simien Lodge
Vanuit Gondar zijn we drie dagen naar de Simien Mountains gegaan, een schitterend natuurgebied waar je de Gelada’s kan zien, langharige bavianen, erg leuke en fraaie beesten. We zijn een paar keer rustig gaan zitten om hun capriolen gade te slaan. Bijzonder leuk! Ook hebben we de Waila Ibex, een geitensoort, endemisch voor Ethiopië, met enorme horens , in grote aantallen gezien. Zo magnifiek als je dit soort imposante beesten van zo dichtbij kan observeren met om je heen alleen maar prachtige natuur. Dat is wel puur genieten. We hebben er heerlijk gewandeld, hoewel dat soms wel zwaar was vanwege de ijle lucht, op sommige stukken zit je boven de 4000 meter! Ook mijn knie protesteerde hevig van het klauteren en klimmen en dat leidde tot een fikse valpartij. Voelde me daarna wat beursig maar gelukkig herstelde het toch snel. In Simien is een erg mooie lodge, die we alleen bewonderd hebben en waar we geluncht hebben maar niet hebben geslapen, veel te duur! Wij hebben gekampeerd op een kampeerterrein waar voor de rest totaal geen voorzieningen waren. Gelukkig maar dat we alles aan boord hebben. En vanwege de kou hebben we de hele avond op een halve m2 doorgebracht: binnen gekookt, gegeten, afgewassen, gelezen, onszelf gewassen. Het lukt allemaal maar is natuurlijk wel erg passen en meten en je moet e.e.a. om de beurt doen zeg maar. Als de een naar het toilet moet, moet de ander op bed gaan liggen. Ha, ha. Maar wij vinden het allang prachtig dat we alles kunnen doen in onze Beer. En de scout, die je verplicht bent mee te nemen in de Simien Mountains, sliep buiten in de bosjes, zonder deken of matje…. We vonden dat nogal mensonterend en dus gaven we hem geld om in een lodge te gaan slapen, maar dat besteedde hij blijkbaar liever ergens anders aan. Ook goed te begrijpen. Ach ja, mensonterend vinden ze hier niet zo snel iets. Dieronterend (dus!) ook niet. Het gaat ons soms door merg en been als we zien hoe zwaar beladen een paard is waarvan je de ribben kan tellen en de botten uitsteken… Maar je kan slecht van mensen verwachten dat ze zich om dieren bekommeren als je ziet hoe zwaar ze het zelf hebben. Dat is natuurlijk ook een vorm van luxe, dat je je daar druk over kan maken. Wij zijn voortdurend bezig de uitgehongerde katjes te voeren, wat uiteraard nergens op slaat, maar je kan niet aan dat gebedel voorbij. Uiteraard ook niet aan de bedelaars hier, die geven we altijd wat, want hier zijn het altijd echte bedelaars, daar hoef je helaas niet aan te twijfelen. Het zijn er niet veel, want iedereen probeert toch een bestaan te creëren. Mensen houden echt niet graag hun hand op. Blinde mensen, die er in Ethiopië erg veel zijn, verkopen vaak papieren zakdoekjes ofzo. En die hebben we hier altijd nodig, want servetten kennen ze niet en handdoeken (na het handen wassen) ook niet.

Dus die hebben een goede klant aan ons. En uiteraard betaal je dan het tienvoudige van wat ze kosten. Hun eer gered en ons geweten gesust…

Waar we niet aan mee doen, is aan het weggeven van spullen zoals pennen of het zomaar geven van geld. Dat vinden we echt verkeerd. Het creëert afhankelijkheid en verpest de economie , als wij onze pennen gaan uitdelen in plaats van dat ze die kopen bij de plaatselijke ‘kantoorboekhandel’. En het heeft iets minderwaardigs, wij rijken die gaan uitdelen. Bovendien krijg je dan dat ze voortdurend aan iedere blanke om een pen o.i.d. gaan vragen en dat is nu juist wat de meesten zo irritant vinden. Maar ja, het is door onszelf veroorzaakt, dat vraag-gedrag. Niet geschoten is altijd mis en er is af en toe toch weer iemand die zich een weldoener wil voelen en iets geeft. Het is verleidelijk, je krijgt er snel blije gezichten door, maar wat heeft het voor nut. Het brengt ook veel jaloezie. Want je kan nooit aan iedereen iets geven, dus je stelt er altijd meer teleur dan dat je er blij maakt. En je wekt er begeerte mee die er eerst niet was. En begeerte is de bron van ontevredenheid. Moest dat toch even kwijt, want het is een issue waar veel reizigers mee te maken krijgen.

Tot onze verbazing zijn de wegen hier meestal prima!. De Chinezen timmeren ook hier letterlijk en figuurlijk hard aan de weg. Natuurlijk zijn er onverharde wegen, waar onze Beer samen met de regen veranderde in Bruintje Beer. En waar Frank eerst wat aarzelend en later met veel plezier door enorme plassen (bijna meertjes) reed. Het was weer eens wat anders dan in een zandstorm rijden, wat we in Soedan hebben gedaan. We hebben toen het nummer ‘Riders on the storm’ op gezet, was erg leuk, maakte de beleving nog heftiger.

Maar inmiddels is onze Beer weer prachtig wit, want de auto wassen doen ze hier heel graag. Een mogelijkheid om wat bij te verdienen! Zo ook met de was, dus de wasmachine is nu alleen nog maar wasmand. ;-) We worden erg lui hier in Afrika…

Ondanks de goede wegen, moet je toch erg voorzichtig rijden, want er lopen altijd mensen op de weg en erg veel vee. En andere overlanders vertelden ons dat ze in Ethiopië hadden mee gemaakt dat ze een oud vrouwtje soms bewust voor de auto duwen, omdat ze zo geld hopen te krijgen… Klinkt wel erg luguber; we rijden omzichtig om vooral oude vrouwtjes heen… Het kan zomaar zo zijn, want een mensenleven heeft hier echt een andere waarde als bij ons en mensen zijn wellicht soms zover to t wanhoop gedreven.

We hebben al het moois in het noorden, Axum, de magnifieke rotskerken van Lalibela, Bahir-Dar, deze keer overgeslagen, om weer nieuwe delen van Ethiopië te verkennen. Daarover volgende keer meer. Dan hopen we ook foto’s te kunnen sturen, want het Internet hier is zo traag dat het niet lukt die foto’s te sturen helaas. Erg jammer, want we hebben weer zulke prachtige plaatjes vinden we zelf. Nog spijtiger is dat we hier de blogspot niet kunnen openen (waarschijnlijk geblokt??). Gelukkig is Rian zo lief steeds onze teksten (en foto’s) te plaatsen.

Lieve mensen, geniet lekker van het zalige zomerweer bij jullie en van jullie vakanties. En hopelijk komt iedereen snel bij van de voetbalkater…

Veel lieve groeten uit Harar, 25 graden, zon, droog (super weer dus),

Frank en Stina

*) In Ethiopie hebben ze een andere kalender en tijd! Het is hier maar liefst 6 uur later. Onze tijd kennen ze zelfs nauwelijks. Dus een vraag als hoe laat gaat de bank open wordt beantwoord met om 4 uur. Dat is dus 10.00 uur! Wij waren hier 2 jaar geleden ook en we hebben toen dus nogmaals het Millenium beleefd! Dat kunnen er denken we niet veel zeggen, 2x het Millenium te hebben gevierd.

5 november 2002 = 12 juli 2010!